15. Over Rembrandts schouder kijken

Over Rembrandts schouder kijken terwijl hij schilderde? Wie wil dat niet! Zo dicht bij diens schilderpraktijk komen? Ernst van de Wetering heeft het gewaagd in zijn boeken Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking.

Hij heeft natuurlijk jarenlang schilderijen van Rembrandt bestudeerd om te bepalen of het een ‘echte Rembrandt’ was. En ook had hij naast kunstgeschiedenis een academische opleiding tot beeldend kunstenaar genoten. Zo was hij gewapend met schildersoog en vakkennis.

Hij was 's werelds grootste Rembrandt kenner en overleed dit jaar. 1)

Ernst Gombrich, auteur van Eeuwige Schoonheid, schreef:
“Van de ontelbare boeken over Rembrandt komt dat van Ernst van de Wetering het dichtst bij het overbrengen van iets van deze ervaring, omdat hij de eigenschappen van een getraind kenner en van een praktiserend schilder combineert.” 2)

Multidisciplinair
Hij gold als bevlogen, briljant, uniek. Zijn vertelkunst was vermaard, zijn lezingen onvergetelijk, studenten applaudiseerden spontaan voor zijn colleges. Hij wist een onderwerp te verdiepen door er andere disciplines bij te betrekken. Ervaring en beleving waren wezenlijk voor het z i e n van kunst.
Tijdens de afscheidsbijeenkomst vertelde een voormalig studente over een kunstreis naar Rusland:

"In de voorbereiding gingen we ons ook verdiepen in de Russische literatuur en muziek. Op reis door het land moesten we een keer allemaal uit de bus stappen, ‘in the middle of nowhere’. ‘Kijk goed om je heen’, was de opdracht. Maar het regende! Toch, het moest, in die regen, hier en daar lag nog wat sneeuw en stond een groepje berken. Echt geen pretje. Maar later in het museum waren we zielsdankbaar, we zagen de Russische impressionistische landschappen met andere ogen, de beleving was zoveel intenser! Je zág ook meer!"

Aleksej Savrasov. De roeken zijn teruggekeerd, 1879, olie op doek, 62x49,5cm

Vertelkunst
Ik herinner me de lezing over ‘Rembrandt en het licht’ nog heel goed. Van de Wetering vertelde dat wel gedacht werd dat Rembrandt’s beroemde licht-donker te maken had met diens jeugd. Immers, groeide hij niet op in een molen, in het halfdonker vanwege de kleine raampjes?
En toen werd ons verzocht naar het licht in de enorme zaal te kijken. Dat was een wonderlijk ervaring, lampen in allerlei soorten, bovendien scheen er licht door de ramen. Na een paar minuten was het gehoor als een geploegde akker die gretig het verhaal over lastige kwesties absorbeerde. Zoals de getalsmatige afname van invallend licht in een kamer, kennis die toentertijd in handboeken voor schilders te vinden was.

 

Kamerlicht. Illustratie in Van Hoogstraten’s Inleyding

 

Rembrandt. Een geleerde bij een raam (een studie in ‘kamerlicht’), 1631. Paneel, 60,8x47,3cm

Rembrandt aan het werk
Begin deze eeuw verscheen Rembrandt. The Painter at Work. Ik las het in één adem uit en schreef er artikelen over voor het kunstblad Palet. 3) Voor de foto’s moest ik bij Van de Wetering zijn en zo ontstond het eerste contact.

Rembrandt. The Painter at Work

Het boek maakt je bewust van het proces van waarnemen en weergeven. Met stijgende verbazing las ik over de schilderspraktijken in de Hollandse Gouden schildereeuw. Het kennisniveau van de schilders was uitzonderlijk hoog.

Ruimte
Creëren van een geloofwaardige illusie van de werkelijkheid, dat was het streven in de klassieke traditie. Plasticiteit, juiste proporties, een geloofwaardige huidskleur, ja, talloze aspecten moesten door de kunstenaar worden beheerst. Lineair en atmosferisch perspectief waren top uitvindingen geweest. Een illusie van werkelijkheid op een plat vlak bleek mogelijk te zijn!

Dirck Jacobsz. A Group of Guardsmen,1529. Photo credit: Wikipedia

In november dit jaar zag ik de expositie in het Amsterdams Rijksmuseum van portretten uit de Renaissance, Vergeet me niet / Remember Me. Daarna bezocht ik de grote zaal met Vermeer, Rembrandt, Frans Hals.

Frans Hals en Pieter Codde. De magere compagnie, 1633-1637. Photo credit: Wikipedia

Beduusd stond ik stil, wat was hier aan de hand? Het moest de verbazingwekkende ruimtelijkheid in de 17de eeuwse schilderijen zijn! Wat een verschil met een eeuw ervoor! Wat een grote schilderkunstige sprong!

Lucht
Speciaal in de Noordelijke Nederlanden waren nieuwe middelen voor het oproepen van ruimte ontwikkeld, bijvoorbeeld het aanwenden van de ‘dikte der lucht’. 4) Zo werd het genoemd, lucht die zich zelfs op korte afstand als een lichaam vormde tussen de verschillende voorwerpen. Dat dit toentertijd werd ontdekt verbaast me nog steeds. Andere ‘trucs’ waren variabele ruwheid van het verfoppervlak, afwisseling van scherpe en zachte contouren, het plaatsen van een hondje, diagonaal, langszij of de ‘diepte’ in…

Rembrandt, De Nachtwacht,1642. Photo credit: Wikipedia

Vooral Rembrandt paste veel technieken toe, zoals de Nachtwacht toont. Kijk even naar het hondje, rechts in de schaduw. Ook de schikking van de figuren maakt het levensecht, inderdaad zeer ruimtelijk. Kortom, de mensen ademen, de Nachtwacht ademt.
De inzichten van die tijd zijn nog steeds waardevol voor hedendaags realisme, zeker bij gebruik van foto’s, omdat deze ongewild tot ‘platte’ schilderijen kunnen leiden.

Eenwezich
Dan het schaakbord. Ik hoor een docent nog zeggen dat je een schilderij kon verlevendigen door contrasten in een soort schaakbord te plaatsen. Deze opvatting stamt meer uit de traditie van abstract schilderen. In Rembrandts tijd was een schaakbord opstelling uit den boze. Immers, het oog zou dan alle contrasten een voor een lezen en van het schilderij een optelsom maken. Zeker waar mensen in allerlei onderlinge relaties werden verbeeld moest dat niet. Nee, beperk de afwisseling van licht-donker, zet minder sterke lichten tegen de lichte, dan schijnen de sterke des te meer, en andersom. Het hoofdonderwerp moest duidelijk zijn en daar zou een scherp contrast juist helpen. Zo kreeg je een ‘eenwezich’ schilderij, één wezen waarvan alles onder één compositorische greep viel. Met andere woorden: je moest het beeld in één oogopslag zien. Rembrandt werd hierom door zijn tijdgenoten bewonderd. 5)

Rembrandt, Oude man in een leunstoel, 1652, 111x88 cm. Photo credit: Wikipedia

Verbeelding
Was de spontane schildershand van Rembrandt en andere groten een manifestatie van vitaliteit of temperament? Doel op zich? Handelsmerk? Dit is vaak het idee, maar nee, meent Van de Wetering, bij Rembrandt en andere grote kunstenaars met een spontane hand ervaar je de spontaneïteit niet als opzettelijk doel, maar als een overduidelijk en integraal deel van hun kunstzinnige bedrevenheid. Het dient meer specifiek een heel andere factor in hun kunstenaarstalent, misschien de belangrijkste van allemaal: de verbeelding.” Die kon Rembrandt vorm geven door een vakbekwaamheid die nu nog moeilijk te vatten is, vakbekwaamheid verkregen door experimenten en eindeloze oefening van jongs af aan. Van de Wetering: “Met grote kunst (…) lijkt het dat er een machtig beeld aan de wortel van het hele proces ligt. De kunstenaar lijkt (…) te bewegen binnen in dat beeld terwijl hij aan het werk is. Hij is wat hij maakt.” 6)
Na lezing van het boek schreef ik hem dat ik graag meer informatie wilde over de zeventiende eeuwse ideeën. Waar kon ik die vinden? Nog even wachten en ik kreeg nog ongepubliceerde teksten te lezen en uitnodigingen voor lezingen en boekpresentaties.

Etsen, schilderen, en kamperen bij de drukker
Toen in 2008 mijn boek Gezien van de Riet. In ’t leven vindtment al uitkwam, stuurde ik een exemplaar naar Van de Wetering. Een atelierbezoek volgde. Hij kwam binnen, zwaaiend met een ets in z’n hand. Die had hij nog op de kunstacademie gemaakt.

Ernst van de Wetering. Etstekening maken op de knie.

Het is een grappige voorstelling, vloeiend, los en toch raak getekend. Op zijn knie ligt een etsplaat waarop hij knie, voeten, handen, en de etsplaat zelf, tekent. Een tekening van tekenen.

Links: houd je de ets op de kop dan zie je wat hij zelf zag toen hij de tekening maakte. Wacht, de ets wordt afgedrukt in spiegelbeeld. Dus hij moet nog horizontaal gedraaid worden.
Rechts: dit moet de voorstelling zijn die hij naar de waarneming had getekend.

Hij schilderde ook, en eens namen we samen deel aan een expositie. Onze schilderijen waren te groot voor een personenauto. Nu kwam het goed uit dat we naast de liefde voor schilderkunst ook die voor kamperen deelden. Met zijn kampeerbusje brachten we alles weg en met onze caravan haalden we het weer op.
Dat busje diende ook als hotel bij de drukkerij in Zeist. Hij moest de drukproeven van het laatste boek van het Rembrandt Research Project nakijken. Er was grote tijdsdruk, daarom wilde hij in de drukkerij overnachten. Dat kon echt niet, vandaar het busje.

Rembrandt de denker
In 2016 verscheen Rembrandt. The Painter Thinking.

De rijke schat van de zeventiende eeuwse kunstpraktijk werd systematisch uitgediept - Courbet zou er van hebben gesmuld.
Kunsttheoretische traktaten en schilderpraktijken kwamen tevoorschijn werden met elkaar in verband gebracht. Er ontstond een verbijsterend beeld van doordachte schilderpraktijk.

Karel van Mander en Het Schilder-Boeck 1604

Het Schilder-boeck
In 1604 verscheen Het Schilder-boeck van schilder en dichter Karel van Mander, die in de voetsporen van Vasari trad. Het boek was één van de cruciale bronnen voor de kennis over Rembrandt en zijn tijdgenoten. De invloedrijke kunsthistoricus Hessel Miedema, internationaal gerespecteerd, schreef in de laatste decennia van de twintigste eeuw meerdere studies over Van Mander. Hij zag het boek als een didactisch gedicht, vooral van literaire aard, duidelijk bedoeld voor de kunstliefhebber en van nauwelijks enige betekenis voor (beginnende) kunstenaars. Eigenlijk ging het om het oppoetsen van kennis die toch al aanwezig was.
Nu is het vreemde dat het eerste deel van Het Schilder-boeck juist vol stond met adviezen en criteria, een waar handboek voor schilders. Het was zelfs onder de titel gedrukt…

Het Schilder-Boeck
Waer in voor eerst de leerlusti-
ghe Jueght den grondt der
Edel VRIJ SCHILDERCONST in
Verscheyden deelen Wort
voorghedraghen

Meer dan 10 hoodstukken behandelden onderwerpen als uitbeelding van menselijke gevoelens, landschap, vee, gereflecteerd licht, textiel, draperie, hoe verf aanbrengen….
Er kwamen heel concrete adviezen aan bod, zoals:
• Fluweel suggereren? Schilder het hoge licht vlak bij de contour.
• Weerspiegeling van een donkere vorm in het water? Maak het lichter dan de vorm zelf.
• Tin: ietsje blauwer dan zilver.

Diepere betekenis van eieren
Een hilarisch voorbeeld illustreert Miedema’s misvatting. Het betreft een simpele instructie voor het tekenen van het menselijk hoofd, een eivormig schema met een kruis erin, in allerlei standen. Dergelijke schema’s waren gebruikelijk in die tijd.

Schema voor het tekenen van hoofden, zeventiende eeuw

Miedema:

“De nadrukkelijke herhaling van ’t cruys’ (het kruis) lijkt duidelijk te refereren aan de Christelijke doctrine van verlossing. Het is moeilijker om te bepalen wat Van Mander precies toedichtte aan het ‘ey-rondt’, maar het lijkt me waarschijnlijk dat hij bij deze term zinspeelt op de wereld. ’tMenschen beeldt (de menselijke figuur) wordt dan de microkosmos: de gereduceerde reflectie van de wereld, maar onder het teken van Christus’ kruis.” 7)

Deze interpretatie moest krachtig worden tegengesproken, aldus Van de Wetering. Miedema’s zoeken naar een diepere betekenis had de handleiding van zijn werkelijke inhoud ontdaan.

Illusionisme
De adviezen en criteria in de handleiding waren gerelateerd aan illusionisme, zoals gezegd, het scheppen van een geloofwaardige illusie van de werkelijkheid. Vasari en Van Mander bezigden op waarderende wijze de termen ‘levensecht’, ‘natuur’ (betekent werkelijkheid).
Gombrich had al gewezen op illusionisme als hoeksteen van de Europese kunst: kunstenaars hadden technieken ontwikkeld om die illusie te verbeteren, al sinds de klassieke Grieken tot in de negentiende eeuw (met een onderbreking in de middeleeuwen).

Formerly Piero della Francesca. Ideal City. Photo credit: Wikipedia

Maar de schilderpraktijk was geen onderwerp in de kunstgeschiedenis. Die zou dan ook op dat punt herschreven moeten worden, zo zei hij.

Waerheyt
Rembrandts drijfveer was 'de waerheyt', het leven in zijn ‘meest natuurlijke beweeglijkheid’ te vangen. Als jonge schilder kreeg hij een overweldigend compliment van de gezaghebbende kunstkenner Constantijn Huygens: hij had de antieken en de grote 16de eeuwse Italianen voorbij gestreefd waar het ging om het weergeven van emoties, uitgedrukt door figuren in historische schilderijen.
Het weergeven van emoties werd zeer hoog aangeslagen in de klassieke traditie en de lof van Huygens moet een enorme stimulans geweest zijn.

Rembrandt, De thuiskomst van de verloren zoon, 1636, ets. Photo credit: Wikipedia

De ets De thuiskomst van de verloren zoon toont hoe Rembrandt had nagedacht over menselijke gevoelens, en hoe die het beste tot uitdrukking te brengen.

Blinde vlek
Handleidingen en andere 17de eeuwse bronnen uit Rembrandt’s tijd bestonden al bijna vier eeuwen. Maar de kunstschat van de atelierpraktijk bleef dus lange tijd grotendeels bedekt, uitzonderingen daargelaten. 8)
Van de Wetering wijst er op dat het illusionisme sinds Cézanne uit de gunst was geraakt, en in de 20de eeuw zelfs in de ban was gedaan. De kunstgeschiedenis richtte zich vooral op stijl en de opeenvolging van stijlen. 9) De begrippen die daarbij werden aangewend, zoals lineair en schilderachtig, veelheid en eenheid, gesloten en open vorm, waren ontstaan in de tijd dat abstractie in de kunst opkwam. Ze hoefden niet te wijzen naar welke uitbeelding van de werkelijkheid dan ook. De kunstgeschiedenis was niet gericht op ‘net echt’ en alles wat daarbij betrokken was. Het eigene van illusionisme werd een blinde vlek.

Methode
De grote verdienste van Van de Wetering is de schepping van een ongeëvenaard geschreven portret van Rembrandt als schilder. Zijn inlevingsvermogen in de schilderpraktijk moet ook te danken zijn aan een zeker natuurtalent voor kijken.

Ernst van de Wetering met een zelfportret. Photo credit: Wikipedia Trouw

Zelf tekenend en schilderend had hij geleerd waar je op moest letten. Schilderen is vooral kijkkunst. Door het jarenlange bestuderen van Rembrandts werk werd die kunst almaar verder ontwikkeld.
Maar dan nog. Rembrandt. The Painter Thinking - in de zin van schilderkunstig denkend - , wás een glibberig terrein. Scherpzinnig bestuderen, kijken, kunstzinnige intuïtie, moesten wel verbonden worden met feiten. Alleen de wetenschappelijke methode kon behoeden voor gespeculeer: natuurwetenschappelijk onderzoek, en nauwgezet analyseren van de bronnen.

Ernst van de Wetering

Door bepaalde handleidingen met elkaar te vergelijken kon gedestilleerd worden wat iedere kunstenaar toentertijd kon weten en praktiseren, en, daarmee ook waar Rembrandt er van afweek, wat hij toevoegde. Wat het kijken opleverde werd transparant onderbouwd. Laboratoriumonderzoek was daarbij essentiëel.
Een andere verdienste is dat hij de vinger legde op uitgangspunten in de kunstgeschiedenis die onderzoek naar schilderpraktijken in de klassieke traditie belemmerden.

Slot
Van de Wetering heeft als een ware ontdekkingsreiziger de zeventiende eeuwse schilderpraktijk van Rembrandt tevoorschijn gehaald, toegankelijk gemaakt. Kunstgeschiedenis bedrijven door de focus op die praktijk te richten, zoals ook Gombrich bepleitte, is met glans gelukt.
Simon Schama, zelf schrijver van een lijvig boek over Rembrandt, meende dat Rembrandt. The Painter Thinking een verbluffende prestatie was, die de hele koers van studies over Rembrandt voor vele generaties zou gaan veranderen. 10) Dat vind ik een treffende uitspraak.

Ernst van de Wetering met Carin van Nes. Photocredit VNK. CODART

Het in kaart brengen van het werk van een van de grootste kunstenaars ter wereld was titanenarbeid. De laatste jaren kampte Van de Wetering met een broze gezondheid terwijl het zesde boek van het Rembrandt Research Project nog niet af was. Hij heeft het kunnen voltooien met behulp van Carin van Nes, zijn levenspartner, die hem op alle mogelijke manieren heeft bijgestaan. Zij was werkzaam geweest op het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap waar ook het Rembrandt Research Project onderzoek liet doen. 11)
Ze was jarenlang nauw betrokken bij het werk van Ernst en volledig ingevoerd. Ze hield zich bescheiden op de achtergrond. Haar bijdrage was allerminst bescheiden.
Van de Wetering was voor mij een grote steun en stimulans. Ook ik geniet van zijn erfenis.

Noten
1) In 1968 werd Van de Wetering betrokken bij het Rembrandt Research Project (RRP) waarvan hij in 1993 voorzitter werd. Het RRP onderzocht welke schilderijen echte  Rembrandts waren. In 2014 verscheen het laatste van de zes boeken daarover. Hij was hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam van 1987 tot 1999.
2) Palet nr 202 en 203
3) Ernst Gombrich op de cover van Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking
4) Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 187
5) Idem, p. 253
6) Idem, p. 276
7) Rembrandt. The Painter Thinking. p.87
8) J.A. Emmens: Rembrandt en de regels van de kunst. 1967
Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006
9) Rembrandt. The Painter Thinking. p.280
10) Simon Schama op de cover van Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking
11) Wat betreft restauratie vertelt Carin van Nes: “We hebben op het gebied van restauratie ethiek ook nauw samen gewerkt. Ernst is heel belangrijk geweest voor de restauratiewereld. Hij heeft gezorgd dat de opleiding voor restauratoren op een hoger niveau kwam. Het is uiteindelijk een universitaire opleiding geworden.”

Met dank aan Jeroen Strengers, Yvonne Melchers en Carin van Nes.

Wilt u nieuws ontvangen over exposities en blog? Meld u aan voor de nieuwsbrief.
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram