Categoriearchief: modern realism

Imitation and Imagination. Hidden distortions. Naturalism in art history

Nieuws: Bezoek aan Galería Artelibre; volgt na Imitatie en Verbeelding 4


Imitatie en Verbeelding 4

Dürer-imitate-figures

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman

Vooraf

Dit is de laatste aflevering van de lezing die ik in mei 2018 gaf, Imitatie en Verbeelding, voor TRAC2018  (The Representational Art Conference) in Nederland. Het betrof natuurgetrouw realisme, het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in de klassieke kunst, ook in zijn hedendaagse variant. Naturalisme is een van de vele uitingen van realisme, eentje met een hoge graad van imitatie. Een commentaar in facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Dit soort opinies hoor je vaak. Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Exact! Geen ziel, geen artistieke creativteit! En daarover gaat deze discussie. Ik ga de mening bestrijden dat verbeelding in het naturalisme ontbreekt.

 

Deel 1 van de lezing staat in mijn blog van augustus 2017 (zie Archief).
Deel 2 in de blog augustus 2018 (zie Archief).
Deel 3 in de blog oktober 2018 (zie Archief).
Deel 4 , laatste deelvolgt nu.

19de Eeuws realisme

Twee eeuwen na de Hollandse Gouden Eeuw, in 1855, werd Courbet’s De Steenbrekers door De Parijse Salon afgewezen als zijnde vulgair. Dit klinkt bekend, denk aan de Hollandse Gouden Eeuw (zie archief 2018 oktober). Courbet huurde vervolgens een houten barak, doopte het met de naam Pavillon du Réalisme, en toonde daar zijn werk tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs. Hij schreef er meteen het Realistisch Manifest bij en muntte de term realisme, trouw aan de werkelijkheid, naar inhoud en vorm.

Courbet The Stone Breakers realism

Gustave Courbet. The Stone Breakers, oil on canvas, 1849, 160x259cm

“Geen mythen”, zei Courbet, “Engelen? Ik heb ze nooit gezien.” Kijk naar de alledaagse werkelijkheid, naar gewone mensen. Verzinnen hoeft niet.
Courbet was geen dogmaticus, hij verzon wel eens wat. Maar hij sloeg wel degelijk een bres in de klassieke traditie waar ‘Inventio’ stond voor verheven onderwerpen en idealiseren. Waar de Hollanders nog het goddelijke in de natuur zagen, schafte Courbet de metafysische dimensie af.

Aan het eind van de 19de eeuw waren er allerlei varianten van realisme, denk aan Lepage, Bougueraux, Sargent, Waterhouse, Alma Tadema, Zorn, Repin. Ze waren in hun tijd beroemd maar verdwenen later uit de kunstgeschiedenis. Echter, realisme kan fantastisch zijn en geenszins inferieur aan het zo gewaardeerde impressionisme van die tijd.
Zie de Amerikaan Frederic Edwin Church (1826-1900).

Church. Twilight,

Frederic Edwin Church. Twilight, ‘Short Arbiter ‘Twixt Day and Night’, oil on canvas, 1850, 81,3×121,9cm.


Of Ivan Shishkin (1832-1898). Hij schilderde bij uitstek natuurgetrouw. Als je Winter van hem in het echt ziet raak je overweldigd door de grootsheid en echtheid. Uiterst verfijnde kleur- en toon nuances in de sneeuw. Een rijkdom aan details in de schors. Veel afzonderlijk zichtbare takken en toch zie je het bos door de bomen. Shishkin versterkte daardoor het realiteitsgehalte.

Shishkin. Winter

Ivan Shishkin. Winter, oil on canvas, 1890, 125,5x204cm.

Sommige collega’s noemden hem wel een ‘boekhouder der bladeren’.12) Kunstdocenten zijn vaak huiverig voor veel detaillering om begrijpelijke redenen. Maar als het goed gedaan is kun je detaillering vergelijken met muziek waar elke noot duidelijk wordt gespeeld zonder dat de melodie verbrokkelt, waar variatie in de herhalingen alleen maar verrijkt. Grootsheid sluit het detail niet uit.
Het ‘eigen handschrift’ van Shishkin? In Van Manders woorden: “geen bedenksels, geen vercieringhe”. Hij laat de natuur haar eigen taal spreken. Niets meer aan doen! Dat vereist grote vakbekwaamheid. Hoe succesvol hij ook was, critici vonden zijn werk te natuurgetrouw. Ja, want waar was de verbeelding? Die wist Shishkin echter heel knap in zijn subtiele kunst te verbergen. Daarover straks meer.

Hij werkte zo natuurgetrouw om de geziene kwaliteiten, dat adembenemende, te vangen. “Net echt”, zegt het publiek dan en ervaart vast iets van de oorspronkelijke beleving van de kunstenaar. Wat maakt deze schilderijen zo ontroerend? Dat kan toch niet alleen ‘Imitatie’ zijn, of wel?

Kijken, weergave en beleving

Gezien van de Riet. Observing

Gezien van de Riet. Observing

Niet dat ik mij op het niveau wil plaatsen van deze meesters, maar sprekend vanuit mijn eigen ervaring, merkte ik dat het schilder proces in mijn hoofd begint zodra schoonheid in de buitenwereld mijn oog treft:… deze kleur moet het zijn… dat patroon… dit er in… dat er uit…
Sfeer en beleving zetten zich vast in het geheugen. Ik zie almaar meer van dat wat me zo trof, de architectuur van de boom, nuances, gradaties, eigenaardigheden. Een selectie natuurlijk want alle takken zijn niet te schilderen. Die selectie komt ook voort uit mijn persoonlijkheid. Er ontstaat een beeld in mijn geest.

Bij het schilderen werkt de oorspronkelijke beleving als een voortstuwende kracht en als strenge beoordelaar: is die sfeer er nog? Pak dan die kwast, die kleur. De beleving verenigt zich met de techniek. Zo komt het gevoel in het schilderij.

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2, alkyd/oil on panel, 60x90cm

Allerlei problemen moeten worden opgelost. Vorm en kleur werken op een paneel anders dan in het echt. Stel een oneindige ruimte waarin een boom met kale takken zich uitstrekt. Het schilderij heeft echter slechts een rechthoekje tot zijn beschikking. Dat moet worden goedgemaakt. Want juist de oneindige ruimte moet worden opgeroepen, dat bepaalt de sfeer. Een moeilijkheid daarbij is dat de verf van de geschilderde lucht het echte licht terugkaatst, terwijl de ruimte in werkelijkheid juist mede voelbaar wordt door het licht in de lucht, door stofdeeltjes die licht vangen.

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2, pencil on paper

Dwalend door de voorstelling moet het oog van de kijker ongehinderd kunnen genieten. Daarom is er een harmonieus abstract patroon als het ware onder de voorstelling gelegd, met aandacht voor richtingen, licht en donker, evenwicht, etc.
Dat patroon kan gebieden takken weg te halen of krom te buigen. Soms maak ik een foto van het onaffe schilderij en bewerk die in Photoshop; dat gaat sneller dan schetsen.De illusie van ruimte op het platte vlak kan dwingen tot het veranderen van kleuren in de verte ook al waren ze als zodanig niet waargenomen.

Verborgen vervormingen

Kortom, in natuurgetrouw realisme brengt de schilder bewust vervormingen aan, maar zo onopvallend mogelijk. Het moet verborgen zijn.
Hoe groter de vakbekwaamheid, hoe treffender de beleving wordt belichaamd. Onopvallende vervormingen zijn in veel klassieke kunstwerken te vinden. Persoonlijke gevoelens? Zeker, heel persoonlijk, in de betekenis van met huid en haar betrokken zijn. Wat de kunstenaar wel degelijk toevoegt is de eigen betovering die werd ondergaan, de schoonheid, de ontroering, met het kunstzinnig talent aan het roer. Ook bij natuurgetrouw realisme.

Slot

Wie bij het Straatje in Utrecht in tegenlicht zegt ‘Oh, dit ken ik al’ loopt meteen door en ondergaat de schoonheid niet. Dat is voorbehouden aan de aandachtige kijker met een open mind. Zij of hij wandelt in gedachten door die straat, met die fijne atmosfeer. Hoe was dat bereikt? Door alle soorten keuzes die de kunstenaar maakte. Hij zorgde dat ze verborgen bleven.

Is imitatie alleen maar virtuositeit? Het is meer. Want hoe kan het dat de kunst van de Hollandse Gouden Eeuw nog steeds miljoenen mensen betovert? De schilders zelf waren betoverd door schoonheid en drukten dat bekwaam uit in hun werk.

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky, watercolour/pastel on paper, 60x40cm

Dennis Dutton stelt in The Art Instinct 13) dat liefde voor schoonheid is aangeboren. Zo lang dat instinct bestaat, zullen er altijd mensen zijn die door schoonheid worden gegrepen en kunstenaars die gedreven zijn om de schoonheid die in de werkelijkheid is gevonden te re-creëren.
Alsjeblieft, geen dogma’s. Er leiden vele wegen naar schoonheid; hedendaags naturalisme heeft recht op een eigen plaats in kunst en kunstgeschiedenis.

Noten

12) Henk van Os, Voor het eerst: Russische landschappen, p.39. In: Patty Wageman & David Jackson (ed.), Het Russisch Landschap. Groninger Museum, Groningen & The National Gallery, London, s.d.
13) Dennis Dutton, The Art Instict. Beauty, Pleasure & Human Evolution. New York 2009.


Nieuws

Galería Artelibre

Naast het boek ‘Leonardo. Guía de arte y artistas’ publiceert Galería Artelibre jaarlijks ‘Arte y Libertad’ met zo’n honderd kunstenaars, wereldwijd. Dat kwam eind 2018 uit en mijn werk staat er ook in!

My pages in Arte y Libertad XIII

My pages in Arte y Libertad XIII

Deze galerie zetelt in Zaragoza, Spanje, en wil een venster zijn voor kunstenaars uit alle windstreken. De galerie is virtueel en heeft een site waarop vele kunstenaars staan,  www.artelibre.net. Mijn pagina is: http://www.artelibre.net/en/node/27050.
Met groot enthousiasme worden allerlei activiteiten ondernomen. Zoals het publiceren van boeken, het organiseren van een jaarlijkse portret competitie, geheten Modportrait, samen met het MEAM. Of het lesgeven in het atelier van de galerie in Zaragoza, het organiseren van exposities (op andere lokaties).
Spreek je over de galerie dan zeg je José Enrique González.

In november vorig jaar bezochten mijn echtgenoot J en ik Galería Artelibre om ‘Onze Ginko in de herfst’ in te leveren voor de expositie ‘20 años, en 20×20’ ter ere van het twintig jarig bestaan.

‘Our Gingko’ on the easel

‘Our Gingko’; Arantxa Lobera (left near easel) put it on the easel to show it to visitors

Er gaan 150 kunstenaars meedoen, allemaal met een werk van 20x20cm. Je kunt ook zeggen, de 20 staat voor twintig jaar ijveren voor realisme. Dat steelt mijn hart. Net zoals het ijveren van Museum Møhlmann in Appingedam of het MEAM in Barcelona.

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil on paper, 50x40cm

José Enrique González was heel gastvrij en toonde een grote collectie kunstwerken. Hij deed de techniek van ‘droge olie’ voor. Je kunt er als het ware mee tekenen; je moet het penseel met olieverf net zo lang deppen tot de verf droog aanvoelt; daarna kun je ermee op papier werken, zie Tetuán II.

We konden ook de opening van de prachtige internationale expositie ‘Algo más que realismo’ (Iets meer dan realisme) in Zaragoza bijwonen. Ook die expositie is jaarlijks.

Kortom, het bezoek aan Galería Artelibre was hartverwarmend en inspirerend!

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass, 116x114cm

Opening ‘Algo más que realismo’

Opening ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

Einde

Imitation and Imagination 3. Disclosure of Dutch Golden Age art theory

Imitatie en Verbeelding 3. Ontsluiting kunst theorie Gouden Eeuw

Dürer-imitate-figures

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman

Vooraf

In mei 2018 gaf ik een lezing, Imitatie en Verbeelding, voor TRAC2018 (The Representational Art Conference) in Nederland. Het betrof het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in natuurgetrouw realisme. Naturalisme heeft een hoge graad van imitatie. Een commentaar in Facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Dat is een veel voorkomende opinie, verbeelding zou ontbreken in het naturalisme. Maar, deze mening ga ik bestrijden.
Deel 1 van de lezing: blog augustus 2017 (zie Archief)
Deel 2 blog augustus 2018
Deel 3 volgt nu (bewerkt)

Vergeten kunst theorie van de Gouden Eeuw ontsloten

Even een sprong naar het jaar 2000. Rembrandt. The Painter at Work verschijnt. Een kunstschat, uit de Hollandse gouden Eeuw, vakkundig en boeiend onthuld door Ernst van de Wetering. Het ging om niets minder dan de vergeten kunst theorieën over realisme. Deze waren zo’n drie eeuwen over het hoofd gezien. De kunstenaars van toen bleken theoretisch bijzonder goed onderlegd. Dit had hun vaardigheden en inzichten verscherpt. Ze zijn niet zo maar wereldberoemd geworden.
Dit gold natuurlijk vooral voor Rembrandt, die veel nadacht, onderzocht en experimenteerde en zelf nieuwe inzichten ontwikkelde.

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking. Art theory Dutch Golden Age

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking.

Dat besef drong tot mij door toen ik het boek met stijgende verbazing las. Waarom waren die ideeën van toen niet bekend? Ik schreef aan Ernst van de Wetering dat ik heel graag meer te weten kwam over die theorien, maar geen tijd had om de oorspronkelijke boeken in oud Nederlands te lezen. Het hoefde ook niet, ik kreeg meer, nog niet gepubliceerde, teksten te lezen en in 2016 kwam Rembrandt. The Painter Thinking uit. Ik stond opnieuw perplex, een rijke bron voor de beeldende kunst, zoveel intelligente ideeën in kunsttheoretische traktaten kwamen er aan het licht!
Van de Wetering vertelde dat veel mensen hem kwamen zeggen dat die boeken een openbaring voor hen waren, ook al hadden ze gedacht goed op de hoogte te zijn van Rembrandt en de zeventiende eeuwse kunst. Net als ik zelf.
Nu een sprong terug naar die zeventiende, die Gouden Eeuw.

Een kunstschat uit de Gouden Eeuw 

Al in de zestiende maar vooral in de De Gouden Eeuw van de Hollandse schilderkunst ontstond een bijzonder realisme. Meerdere schilders ontwikkelden daarover ideeën. Ze benadrukten het belang van imitatie en waarneming. Natuurlijk baseerden ze zich ook op klassieke elementen, zoals perspectief of anatomie.

Karel-van-Mander-Het-Schilder-Boeck

Karel van Mander, Het Schilder-Boeck, 1604

De schilder-schrijver Karel van Mander beschreef in zijn Het Schilder-Boeck een enorme hoeveelheid natuurverschijnselen. 3)

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Een ander belangrijk handboek was van een vroegere leerling van Rembrandt, Samuel van Hoogstraeten: Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. 4)
Die boeken behoorden tot de bagage van elke zichzelf respecterende schilder.
Hierover kun je dus uitgebreid lezen in Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking en andere publicaties van Ernst van de Wetering. Deze uiterst boeiende lectuur, zeker ook voor hedendaagse realisten, stimuleert bewustwording van vele aspecten van kijken en weergeven.

Essentieel was het creëren ruimtelijkheid, om een illusie van werkelijkheid te bereiken.

Rembrandt, details Nightwatch

Rembrandt, details Nightwatch

Naast perspectief was de ‘perceptibility’, ‘kenlijkheit’, van belang. Wie zou bedenken dat als je lichtblauw papier tegen de lucht van eenzelfde lichtblauw houdt, je tóch ziet dat het papiertje dichter bij is door het relatief ruwere materiaal. Toepassing van deze vinding– kenlijkheyt – zou bijdragen aan de drie dimensionaliteit. 5) Dat schilders daarover nadachten! Ook de gedachte dat lucht dikte heeft, en dat er ter wille van ruimtelijkheid lucht om elk object heen gesuggereerd moet is verbazend.

Rembrandt-Anatomy Lesson

Rembrandt, detail The Anatomy Lesson of Dr. Nicolaes Tulp

Van de Wetering: “The young Rembrandt had already applied this insight with great subtlety in the ‘Anatomy Lesson of Dr Nicolaes Tulp”. He argues:

“It is only when one consciously takes notice of these extremely refined modulations of light and tone from one head and collar to the other, from front to back, that it becomes clear that this is one of the main reasons for the strikingly atmospheric effect of Rembrandt’s paintings.” 6)

Meer van deze inzichten om ruimtelijkheid te creëren zijn aangewend in de fenomenale Nachtwacht. Je ziet het als je gaat vergelijken met andere schutterstukken die er vlak bij hangen in het Rijksmuseum.

Vermeer-Art-Painting

Vermeer, The Art of Painting

Dan was er een verhandeling over de schakeringen van schaduwen en welke pigmenten daarvoor gebruikt moesten worden. Of de theorie van de getalsmatige afname van invallend licht in een kamer. 7) Vermoedelijk was deze theorie ook Vermeer niet vreemd, getuige het kamerlicht in zijn werken. Hij schiep een weldadige combinatie van ruimtelijkheid en intimiteit.
Deze voorbeelden tonen het uitzonderlijke kennisniveau onder de schilders van die periode. Niet dat we deze theorieën moeten kopiëren, maar we kunnen ervan leren, en zelfs onze kunst er mee verbeteren.

Realisme, banaal, vulgair

Een andere schrijver over deze periode is Boudewijn Bakker. Hij vertelt dat het vergaande realisme van Holland kritiek uitlokte van de Italianen: imitatie, ja, maar waar bleef de verbeelding?

Hals-Laughing-Boy

Hals, Laughing Boy

Kunst moest immers de werkelijkheid op een hoger plan brengen, volmaakte schoonheid creëren, idealiseren. De Hollandse onderwerpen vond men banaal, vulgair.

Hoe men nog tot in de 18de eeuw over dit Hollandse realisme dacht toont de spotprent van Thomas Rowlandson, Een Nederlandse Academie.

Rowlandson, Dutch Academy

Rowlandson, Dutch Academy

Volgens de klassieke theorie moesten leerlingen antieke beelden natekenen, vanwege de volmaakte proporties. Samuel van Hoogstraten, die later tot een meer classicistische stijl overging, klaagde dat Rembrandt zulke lelijke modellen in zijn atelier haalde.

‘Zeker, ik beklaag my, wanneer ik mijn oude Academieteykeningen overzie, dat men ons daervan in onze jonkheyd zoo spaerich heeft onderrecht; daer het niet meer arbeyt is een graesselijk postuur, dan een onaangenaam en walgelijk na te volgen.’ 8)

Rembrandt ging inderdaad heel ver… In een van zijn zelfportretten ontdekte ik een puistje op zijn linker wang. Hij had kennelijk plezier in het schilderen van deze ‘waarheid’.

Rembrandt-Self-Portrait-1659

Rembrandt Self Portrait, 1659, detail

Ik vertelde het aan mijn geliefde leraar Diederik Kraaijpoel, toen we het eens over realisme, stijl en kunst hadden. ‘Zonder stijl geen kunst’, zo had hij in een van zijn boeken geschreven; logisch, de werkelijkheid zelf heeft geen stijl. Dus, zulk vergaand realisme, vroeg ik, met een puistje zo werkelijkheidsgetrouw, zou dat niet buiten stijl vallen? Hoe dan ook, hij kon niet geloven dat Rembrandt dat puistje geschilderd had. En over zeer natuurgetrouw realisme zei hij: dit kan nooit een kopie zijn, de kunstenaar selecteert altijd uit de werkelijheid.

Antwoord: een ‘vond’

Karel van Mander beantwoordde de Italiaanse kritiek met: “In ’t leven vindtment al”, een beter leerboek is er niet. Het leven biedt alles wat de schilder nodig heeft. In het ‘boek der natuur’ wordt de zichtbare schepping beschouwd als een tweede of zelfs eerste ‘boek’ van de goddelijke openbaring, naast de Heilige Schrift.

Intensive-Looking

Intensive Looking

Inventio, Verbeelding, kun je ook zien als ‘een vond’, iets dat na lang en scherp kijken in de natuur is gevonden. Intensief kijken is de toegang tot schoonheid. Schoonheid is besloten in de werkelijkheid. God heeft die werkelijkheid immers geschapen. 9)
De schilder moest zo spoedig mogelijk naar de werkelijkheid gaan werken.
En over stijl, maniera? Hij adviseerde: geen bedenksels, “gaat van de vercieringhe totter waerheyt!” Bedenksels zouden de illusie van de werkelijkheid kunnen aantasten. De schilder moest niet stileren of idealiseren, maar karakteriseren. 10)

Rembrandt-Girl-Pictureframe

Rembrandt, Girl in a Pictureframe

Voor Rembrandt was “de waerheyt” het leven, dat in zijn ‘meest natuurlijke beweeglijkheid’ gevangen moest worden. Van de Wetering merkt op dat het schilderij Jonge vrouw in een schilderijlijst de indruk wekt dat de vrouw juist haar hand op de lijst gaat leggen, zelfs de oorbel lijkt te bewegen, leven is betrapt. 11)

De Hollanders weken dus af van de heersende kunsttheorie. ‘Net echt’ kreeg hoge waardering. Maar ‘Inventio’ was wel degelijk aanwezig. Schoonheid in de werkelijkheid, intensief gezien door de kunstenaar, werd overgebracht in het kunstwerk.
Het was of ik thuis kwam. Zo had ik het altijd gevoeld.

In de komende blog: deel 4, het laatste deel.

Noten

3) Mander, Karel van. Het Schilder-Boeck. Haarlem,1604.
4) Hoogstraten, Samuel van. Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. Davaco Publishers, s.l., 1969.
5) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 183.
6) Id., p.187.
7) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.156-7.
8) Emmens, ) J.A.. Rembrandt en de regels van de kunst. Amsterdam, 1979. p.220.
9) Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006. p.163.
10) Id., p.167, 166.
11) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.263.