Tagarchief: Huysman

Imitation and Imagination 3. Disclosure of Dutch Golden Age art theory

Imitatie en Verbeelding 3. Ontsluiting kunst theorie Gouden Eeuw

Dürer-imitate-figures

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman

Vooraf

In mei 2018 gaf ik een lezing, Imitatie en Verbeelding, voor TRAC2018 (The Representational Art Conference) in Nederland. Het betrof het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in natuurgetrouw realisme. Naturalisme heeft een hoge graad van imitatie. Een commentaar in Facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Dat is een veel voorkomende opinie, verbeelding zou ontbreken in het naturalisme. Maar, deze mening ga ik bestrijden.
Deel 1 van de lezing: blog augustus 2017 (zie Archief)
Deel 2 blog augustus 2018
Deel 3 volgt nu (bewerkt)

Vergeten kunst theorie van de Gouden Eeuw ontsloten

Even een sprong naar het jaar 2000. Rembrandt. The Painter at Work verschijnt. Een kunstschat, uit de Hollandse gouden Eeuw, vakkundig en boeiend onthuld door Ernst van de Wetering. Het ging om niets minder dan de vergeten kunst theorieën over realisme. Deze waren zo’n drie eeuwen over het hoofd gezien. De kunstenaars van toen bleken theoretisch bijzonder goed onderlegd. Dit had hun vaardigheden en inzichten verscherpt. Ze zijn niet zo maar wereldberoemd geworden.
Dit gold natuurlijk vooral voor Rembrandt, die veel nadacht, onderzocht en experimenteerde en zelf nieuwe inzichten ontwikkelde.

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking. Art theory Dutch Golden Age

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking.

Dat besef drong tot mij door toen ik het boek met stijgende verbazing las. Waarom waren die ideeën van toen niet bekend? Ik schreef aan Ernst van de Wetering dat ik heel graag meer te weten kwam over die theorien, maar geen tijd had om de oorspronkelijke boeken in oud Nederlands te lezen. Het hoefde ook niet, ik kreeg meer, nog niet gepubliceerde, teksten te lezen en in 2016 kwam Rembrandt. The Painter Thinking uit. Ik stond opnieuw perplex, een rijke bron voor de beeldende kunst, zoveel intelligente ideeën in kunsttheoretische traktaten kwamen er aan het licht!
Van de Wetering vertelde dat veel mensen hem kwamen zeggen dat die boeken een openbaring voor hen waren, ook al hadden ze gedacht goed op de hoogte te zijn van Rembrandt en de zeventiende eeuwse kunst. Net als ik zelf.
Nu een sprong terug naar die zeventiende, die Gouden Eeuw.

Een kunstschat uit de Gouden Eeuw 

Al in de zestiende maar vooral in de De Gouden Eeuw van de Hollandse schilderkunst ontstond een bijzonder realisme. Meerdere schilders ontwikkelden daarover ideeën. Ze benadrukten het belang van imitatie en waarneming. Natuurlijk baseerden ze zich ook op klassieke elementen, zoals perspectief of anatomie.

Karel-van-Mander-Het-Schilder-Boeck

Karel van Mander, Het Schilder-Boeck, 1604

De schilder-schrijver Karel van Mander beschreef in zijn Het Schilder-Boeck een enorme hoeveelheid natuurverschijnselen. 3)

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Een ander belangrijk handboek was van een vroegere leerling van Rembrandt, Samuel van Hoogstraeten: Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. 4)
Die boeken behoorden tot de bagage van elke zichzelf respecterende schilder.
Hierover kun je dus uitgebreid lezen in Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking en andere publicaties van Ernst van de Wetering. Deze uiterst boeiende lectuur, zeker ook voor hedendaagse realisten, stimuleert bewustwording van vele aspecten van kijken en weergeven.

Essentieel was het creëren ruimtelijkheid, om een illusie van werkelijkheid te bereiken.

Rembrandt, details Nightwatch

Rembrandt, details Nightwatch

Naast perspectief was de ‘perceptibility’, ‘kenlijkheit’, van belang. Wie zou bedenken dat als je lichtblauw papier tegen de lucht van eenzelfde lichtblauw houdt, je tóch ziet dat het papiertje dichter bij is door het relatief ruwere materiaal. Toepassing van deze vinding– kenlijkheyt – zou bijdragen aan de drie dimensionaliteit. 5) Dat schilders daarover nadachten! Ook de gedachte dat lucht dikte heeft, en dat er ter wille van ruimtelijkheid lucht om elk object heen gesuggereerd moet is verbazend.

Rembrandt-Anatomy Lesson

Rembrandt, detail The Anatomy Lesson of Dr. Nicolaes Tulp

Van de Wetering: “The young Rembrandt had already applied this insight with great subtlety in the ‘Anatomy Lesson of Dr Nicolaes Tulp”. He argues:

“It is only when one consciously takes notice of these extremely refined modulations of light and tone from one head and collar to the other, from front to back, that it becomes clear that this is one of the main reasons for the strikingly atmospheric effect of Rembrandt’s paintings.” 6)

Meer van deze inzichten om ruimtelijkheid te creëren zijn aangewend in de fenomenale Nachtwacht. Je ziet het als je gaat vergelijken met andere schutterstukken die er vlak bij hangen in het Rijksmuseum.

Vermeer-Art-Painting

Vermeer, The Art of Painting

Dan was er een verhandeling over de schakeringen van schaduwen en welke pigmenten daarvoor gebruikt moesten worden. Of de theorie van de getalsmatige afname van invallend licht in een kamer. 7) Vermoedelijk was deze theorie ook Vermeer niet vreemd, getuige het kamerlicht in zijn werken. Hij schiep een weldadige combinatie van ruimtelijkheid en intimiteit.
Deze voorbeelden tonen het uitzonderlijke kennisniveau onder de schilders van die periode. Niet dat we deze theorieën moeten kopiëren, maar we kunnen ervan leren, en zelfs onze kunst er mee verbeteren.

Realisme, banaal, vulgair

Een andere schrijver over deze periode is Boudewijn Bakker. Hij vertelt dat het vergaande realisme van Holland kritiek uitlokte van de Italianen: imitatie, ja, maar waar bleef de verbeelding?

Hals-Laughing-Boy

Hals, Laughing Boy

Kunst moest immers de werkelijkheid op een hoger plan brengen, volmaakte schoonheid creëren, idealiseren. De Hollandse onderwerpen vond men banaal, vulgair.

Hoe men nog tot in de 18de eeuw over dit Hollandse realisme dacht toont de spotprent van Thomas Rowlandson, Een Nederlandse Academie.

Rowlandson, Dutch Academy

Rowlandson, Dutch Academy

Volgens de klassieke theorie moesten leerlingen antieke beelden natekenen, vanwege de volmaakte proporties. Samuel van Hoogstraten, die later tot een meer classicistische stijl overging, klaagde dat Rembrandt zulke lelijke modellen in zijn atelier haalde.

‘Zeker, ik beklaag my, wanneer ik mijn oude Academieteykeningen overzie, dat men ons daervan in onze jonkheyd zoo spaerich heeft onderrecht; daer het niet meer arbeyt is een graesselijk postuur, dan een onaangenaam en walgelijk na te volgen.’ 8)

Rembrandt ging inderdaad heel ver… In een van zijn zelfportretten ontdekte ik een puistje op zijn linker wang. Hij had kennelijk plezier in het schilderen van deze ‘waarheid’.

Rembrandt-Self-Portrait-1659

Rembrandt Self Portrait, 1659, detail

Ik vertelde het aan mijn geliefde leraar Diederik Kraaijpoel, toen we het eens over realisme, stijl en kunst hadden. ‘Zonder stijl geen kunst’, zo had hij in een van zijn boeken geschreven; logisch, de werkelijkheid zelf heeft geen stijl. Dus, zulk vergaand realisme, vroeg ik, met een puistje zo werkelijkheidsgetrouw, zou dat niet buiten stijl vallen? Hoe dan ook, hij kon niet geloven dat Rembrandt dat puistje geschilderd had. En over zeer natuurgetrouw realisme zei hij: dit kan nooit een kopie zijn, de kunstenaar selecteert altijd uit de werkelijheid.

Antwoord: een ‘vond’

Karel van Mander beantwoordde de Italiaanse kritiek met: “In ’t leven vindtment al”, een beter leerboek is er niet. Het leven biedt alles wat de schilder nodig heeft. In het ‘boek der natuur’ wordt de zichtbare schepping beschouwd als een tweede of zelfs eerste ‘boek’ van de goddelijke openbaring, naast de Heilige Schrift.

Intensive-Looking

Intensive Looking

Inventio, Verbeelding, kun je ook zien als ‘een vond’, iets dat na lang en scherp kijken in de natuur is gevonden. Intensief kijken is de toegang tot schoonheid. Schoonheid is besloten in de werkelijkheid. God heeft die werkelijkheid immers geschapen. 9)
De schilder moest zo spoedig mogelijk naar de werkelijkheid gaan werken.
En over stijl, maniera? Hij adviseerde: geen bedenksels, “gaat van de vercieringhe totter waerheyt!” Bedenksels zouden de illusie van de werkelijkheid kunnen aantasten. De schilder moest niet stileren of idealiseren, maar karakteriseren. 10)

Rembrandt-Girl-Pictureframe

Rembrandt, Girl in a Pictureframe

Voor Rembrandt was “de waerheyt” het leven, dat in zijn ‘meest natuurlijke beweeglijkheid’ gevangen moest worden. Van de Wetering merkt op dat het schilderij Jonge vrouw in een schilderijlijst de indruk wekt dat de vrouw juist haar hand op de lijst gaat leggen, zelfs de oorbel lijkt te bewegen, leven is betrapt. 11)

De Hollanders weken dus af van de heersende kunsttheorie. ‘Net echt’ kreeg hoge waardering. Maar ‘Inventio’ was wel degelijk aanwezig. Schoonheid in de werkelijkheid, intensief gezien door de kunstenaar, werd overgebracht in het kunstwerk.
Het was of ik thuis kwam. Zo had ik het altijd gevoeld.

In de komende blog: deel 4, het laatste deel.

Noten

3) Mander, Karel van. Het Schilder-Boeck. Haarlem,1604.
4) Hoogstraten, Samuel van. Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. Davaco Publishers, s.l., 1969.
5) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 183.
6) Id., p.187.
7) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.156-7.
8) Emmens, ) J.A.. Rembrandt en de regels van de kunst. Amsterdam, 1979. p.220.
9) Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006. p.163.
10) Id., p.167, 166.
11) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.263.