Over Rembrandts schouder kijken terwijl hij schilderde? Wie wil dat niet! Zo dicht bij diens schilderpraktijk komen? Ernst van de Wetering heeft het gewaagd in zijn boeken Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking.

Hij heeft natuurlijk jarenlang schilderijen van Rembrandt bestudeerd om te bepalen of het een ‘echte Rembrandt’ was. En ook had hij naast kunstgeschiedenis een academische opleiding tot beeldend kunstenaar genoten. Zo was hij gewapend met schildersoog en vakkennis.

Hij was 's werelds grootste Rembrandt kenner en overleed dit jaar. 1)

Ernst Gombrich, auteur van Eeuwige Schoonheid, schreef:
“Van de ontelbare boeken over Rembrandt komt dat van Ernst van de Wetering het dichtst bij het overbrengen van iets van deze ervaring, omdat hij de eigenschappen van een getraind kenner en van een praktiserend schilder combineert.” 2)

Multidisciplinair
Hij gold als bevlogen, briljant, uniek. Zijn vertelkunst was vermaard, zijn lezingen onvergetelijk, studenten applaudiseerden spontaan voor zijn colleges. Hij wist een onderwerp te verdiepen door er andere disciplines bij te betrekken. Ervaring en beleving waren wezenlijk voor het z i e n van kunst.
Tijdens de afscheidsbijeenkomst vertelde een voormalig studente over een kunstreis naar Rusland:

"In de voorbereiding gingen we ons ook verdiepen in de Russische literatuur en muziek. Op reis door het land moesten we een keer allemaal uit de bus stappen, ‘in the middle of nowhere’. ‘Kijk goed om je heen’, was de opdracht. Maar het regende! Toch, het moest, in die regen, hier en daar lag nog wat sneeuw en stond er een groepje berken. Echt geen pretje. Maar later in het museum waren we zielsdankbaar, we zagen de Russische impressionistische landschappen met andere ogen, de beleving was zoveel intenser! Je zág ook meer!"

Aleksej Savrasov. De roeken zijn teruggekeerd, 1879, olie op doek, 62x49,5cm

Vertelkunst
Ik herinner me de lezing over ‘Rembrandt en het licht’ nog heel goed. Van de Wetering vertelde dat wel gedacht werd dat Rembrandt’s beroemde licht-donker te maken had met diens jeugd. Immers, groeide hij niet op in een molen, in het halfdonker vanwege de kleine raampjes?
En toen werd ons verzocht naar het licht in de enorme zaal te kijken. Dat was een wonderlijk ervaring, lampen in allerlei soorten, bovendien scheen er licht door de ramen. Na een paar minuten was het gehoor als een geploegde akker die gretig het verhaal over lastige kwesties absorbeerde. Zoals de getalsmatige afname van invallend licht in een kamer, kennis die toentertijd in handboeken voor schilders te vinden was.

 

Kamerlicht. Illustratie in Van Hoogstraten’s Inleyding

 

Rembrandt. Een geleerde bij een raam (een studie in ‘kamerlicht’), 1631. Paneel, 60,8x47,3cm

Rembrandt aan het werk
Begin deze eeuw verscheen Rembrandt. The Painter at Work. Ik las het in één adem uit en schreef er artikelen over voor het kunstblad Palet. 3) Voor de foto’s moest ik bij Van de Wetering zijn en zo ontstond het eerste contact.

Rembrandt. The Painter at Work

Het boek maakt je bewust van het proces van waarnemen en weergeven. Met stijgende verbazing las ik over de schilderspraktijken in de Hollandse Gouden schildereeuw. Het kennisniveau van de schilders was uitzonderlijk hoog.

Ruimte
Creëren van een geloofwaardige illusie van de werkelijkheid, dat was het streven in de klassieke traditie. Plasticiteit, juiste proporties, een geloofwaardige huidskleur, ja, talloze aspecten moesten door de kunstenaar worden beheerst. Lineair en atmosferisch perspectief waren top uitvindingen geweest. Een illusie van werkelijkheid op een plat vlak bleek mogelijk te zijn!

Dirck Jacobsz. A Group of Guardsmen,1529. Photo credit: Wikipedia

In november dit jaar zag ik de expositie in het Amsterdams Rijksmuseum van portretten uit de Renaissance, Vergeet me niet / Remember Me. Daarna bezocht ik de grote zaal met Vermeer, Rembrandt, Frans Hals.

Frans Hals en Pieter Codde. De magere compagnie, 1633-1637. Photo credit: Wikipedia

Beduusd stond ik stil, wat was hier aan de hand? Het moest de verbazingwekkende ruimtelijkheid in de 17de eeuwse schilderijen zijn! Wat een verschil met een eeuw ervoor! Wat een grote schilderkunstige sprong!

Lucht
Speciaal in de Noordelijke Nederlanden waren nieuwe middelen voor het oproepen van ruimte ontwikkeld, bijvoorbeeld het aanwenden van de ‘dikte der lucht’. 4) Zo werd het genoemd, lucht die zich zelfs op korte afstand als een lichaam vormde tussen de verschillende voorwerpen. Dat dit toentertijd werd ontdekt verbaast me nog steeds. Andere ‘trucs’ waren variabele ruwheid van het verfoppervlak, afwisseling van scherpe en zachte contouren, het plaatsen van een hondje, diagonaal, langszij of de ‘diepte’ in…

Rembrandt, De Nachtwacht,1642. Photo credit: Wikipedia

Vooral Rembrandt paste veel technieken toe, zoals de Nachtwacht toont. Kijk even naar het hondje, rechts in de schaduw. Ook de schikking van de figuren maakt het levensecht, inderdaad zeer ruimtelijk. Kortom, de mensen ademen, de Nachtwacht ademt.
De inzichten van die tijd zijn nog steeds waardevol voor hedendaags realisme, zeker bij gebruik van foto’s, omdat deze ongewild tot ‘platte’ schilderijen kunnen leiden.

Eenwezich
Dan het schaakbord. Ik hoor een docent nog zeggen dat je een schilderij kon verlevendigen door contrasten in een soort schaakbord te plaatsen. Deze opvatting stamt meer uit de traditie van abstract schilderen. In Rembrandts tijd was een schaakbord opstelling uit den boze. Immers, het oog zou dan alle contrasten een voor een lezen en van het schilderij een optelsom maken. Zeker waar mensen in allerlei onderlinge relaties werden verbeeld moest dat niet. Nee, beperk de afwisseling van licht-donker, zet minder sterke lichten tegen de lichte, dan schijnen de sterke des te meer, en andersom. Het hoofdonderwerp moest duidelijk zijn en daar zou een scherp contrast juist helpen. Zo kreeg je een ‘eenwezich’ schilderij, één wezen waarvan alles onder één compositorische greep viel. Met andere woorden: je moest het beeld in één oogopslag zien. Rembrandt werd hierom door zijn tijdgenoten bewonderd. 5)

Rembrandt, Oude man in een leunstoel, 1652, 111x88 cm. Photo credit: Wikipedia

Verbeelding
Was de spontane schildershand van Rembrandt en andere groten een manifestatie van vitaliteit of temperament? Doel op zich? Handelsmerk? Dit is vaak het idee, maar nee, meent Van de Wetering, bij Rembrandt en andere grote kunstenaars met een spontane hand ervaar je de spontaneïteit niet als opzettelijk doel, maar als een overduidelijk en integraal deel van hun kunstzinnige bedrevenheid. Het dient meer specifiek een heel andere factor in hun kunstenaarstalent, misschien de belangrijkste van allemaal: de verbeelding.” Die kon Rembrandt vorm geven door een vakbekwaamheid die nu nog moeilijk te vatten is, vakbekwaamheid verkregen door experimenten en eindeloze oefening van jongs af aan. Van de Wetering: “Met grote kunst (…) lijkt het dat er een machtig beeld aan de wortel van het hele proces ligt. De kunstenaar lijkt (…) te bewegen binnen in dat beeld terwijl hij aan het werk is. Hij is wat hij maakt.” 6)
Na lezing van het boek schreef ik hem dat ik graag meer informatie wilde over de zeventiende eeuwse ideeën. Waar kon ik die vinden? Nog even wachten en ik kreeg nog ongepubliceerde teksten te lezen en uitnodigingen voor lezingen en boekpresentaties.

Etsen, schilderen, en kamperen bij de drukker
Toen in 2008 mijn boek Gezien van de Riet. In ’t leven vindtment al uitkwam, stuurde ik een exemplaar naar Van de Wetering. Een atelierbezoek volgde. Hij kwam binnen, zwaaiend met een ets in z’n hand. Die had hij nog op de kunstacademie gemaakt.

Ernst van de Wetering. Etstekening maken op de knie.

Het is een grappige voorstelling, vloeiend, los en toch raak getekend. Op zijn knie ligt een etsplaat waarop hij knie, voeten, handen, en de etsplaat zelf, tekent. Een tekening van tekenen.

Links: houd je de ets op de kop dan zie je wat hij zelf zag toen hij de tekening maakte. Wacht, de ets wordt afgedrukt in spiegelbeeld. Dus hij moet nog horizontaal gedraaid worden.
Rechts: dit moet de voorstelling zijn die hij naar de waarneming had getekend.

Hij schilderde ook, en eens namen we samen deel aan een expositie. Onze schilderijen waren te groot voor een personenauto. Nu kwam het goed uit dat we naast de liefde voor schilderkunst ook die voor kamperen deelden. Met zijn kampeerbusje brachten we alles weg en met onze caravan haalden we het weer op.
Dat busje diende ook als hotel bij de drukkerij in Zeist. Hij moest de drukproeven van het laatste boek van het Rembrandt Research Project nakijken. Er was grote tijdsdruk, daarom wilde hij in de drukkerij overnachten. Dat kon echt niet, vandaar het busje.

Rembrandt de denker
In 2016 verscheen Rembrandt. The Painter Thinking.

De rijke schat van de zeventiende eeuwse kunstpraktijk werd systematisch uitgediept - Courbet zou er van hebben gesmuld.
Kunsttheoretische traktaten en schilderpraktijken kwamen tevoorschijn werden met elkaar in verband gebracht. Er ontstond een verbijsterend beeld van doordachte schilderpraktijk.

Karel van Mander en Het Schilder-Boeck 1604

Het Schilder-boeck
In 1604 verscheen Het Schilder-boeck van schilder en dichter Karel van Mander, die in de voetsporen van Vasari trad. Het boek was één van de cruciale bronnen voor de kennis over Rembrandt en zijn tijdgenoten. De invloedrijke kunsthistoricus Hessel Miedema, internationaal gerespecteerd, schreef in de laatste decennia van de twintigste eeuw meerdere studies over Van Mander. Hij zag het boek als een didactisch gedicht, vooral van literaire aard, duidelijk bedoeld voor de kunstliefhebber en van nauwelijks enige betekenis voor (beginnende) kunstenaars. Eigenlijk ging het om het oppoetsen van kennis die toch al aanwezig was.
Nu is het vreemde dat het eerste deel van Het Schilder-boeck juist vol stond met adviezen en criteria, een waar handboek voor schilders. Het was zelfs onder de titel gedrukt…

Het Schilder-Boeck
Waer in voor eerst de leerlusti-
ghe Jueght den grondt der
Edel VRIJ SCHILDERCONST in
Verscheyden deelen Wort
voorghedraghen

Meer dan 10 hoodstukken behandelden onderwerpen als uitbeelding van menselijke gevoelens, landschap, vee, gereflecteerd licht, textiel, draperie, hoe verf aanbrengen….
Er kwamen heel concrete adviezen aan bod, zoals:
• Fluweel suggereren? Schilder het hoge licht vlak bij de contour.
• Weerspiegeling van een donkere vorm in het water? Maak het lichter dan de vorm zelf.
• Tin: ietsje blauwer dan zilver.

Diepere betekenis van eieren
Een hilarisch voorbeeld illustreert Miedema’s misvatting. Het betreft een simpele instructie voor het tekenen van het menselijk hoofd, een eivormig schema met een kruis erin, in allerlei standen. Dergelijke schema’s waren gebruikelijk in die tijd.

Schema voor het tekenen van hoofden, zeventiende eeuw

Miedema:

“De nadrukkelijke herhaling van ’t cruys’ (het kruis) lijkt duidelijk te refereren aan de Christelijke doctrine van verlossing. Het is moeilijker om te bepalen wat Van Mander precies toedichtte aan het ‘ey-rondt’, maar het lijkt me waarschijnlijk dat hij bij deze term zinspeelt op de wereld. ’tMenschen beeldt (de menselijke figuur) wordt dan de microkosmos: de gereduceerde reflectie van de wereld, maar onder het teken van Christus’ kruis.” 7)

Deze interpretatie moest krachtig worden tegengesproken, aldus Van de Wetering. Miedema’s zoeken naar een diepere betekenis had de handleiding van zijn werkelijke inhoud ontdaan.

Illusionisme
De adviezen en criteria in de handleiding waren gerelateerd aan illusionisme, zoals gezegd, het scheppen van een geloofwaardige illusie van de werkelijkheid. Vasari en Van Mander bezigden op waarderende wijze de termen ‘levensecht’, ‘natuur’ (betekent werkelijkheid).
Gombrich had al gewezen op illusionisme als hoeksteen van de Europese kunst: kunstenaars hadden technieken ontwikkeld om die illusie te verbeteren, al sinds de klassieke Grieken tot in de negentiende eeuw (met een onderbreking in de middeleeuwen).

Formerly Piero della Francesca. Ideal City. Photo credit: Wikipedia

Maar de schilderpraktijk was geen onderwerp in de kunstgeschiedenis. Die zou dan ook op dat punt herschreven moeten worden, zo zei hij.

Waerheyt
Rembrandts drijfveer was 'de waerheyt', het leven in zijn ‘meest natuurlijke beweeglijkheid’ te vangen. Als jonge schilder kreeg hij een overweldigend compliment van de gezaghebbende kunstkenner Constantijn Huygens: hij had de antieken en de grote 16de eeuwse Italianen voorbij gestreefd waar het ging om het weergeven van emoties, uitgedrukt door figuren in historische schilderijen.
Het weergeven van emoties werd zeer hoog aangeslagen in de klassieke traditie en de lof van Huygens moet een enorme stimulans geweest zijn.

Rembrandt, De thuiskomst van de verloren zoon, 1636, ets. Photo credit: Wikipedia

De ets De thuiskomst van de verloren zoon toont hoe Rembrandt had nagedacht over menselijke gevoelens, en hoe die het beste tot uitdrukking te brengen.

Blinde vlek
Handleidingen en andere 17de eeuwse bronnen uit Rembrandt’s tijd bestonden al bijna vier eeuwen. Maar de kunstschat van de atelierpraktijk bleef dus lange tijd grotendeels bedekt, uitzonderingen daargelaten. 8)
Van de Wetering wijst er op dat het illusionisme sinds Cézanne uit de gunst was geraakt, en in de 20de eeuw zelfs in de ban was gedaan. De kunstgeschiedenis richtte zich vooral op stijl en de opeenvolging van stijlen. 9) De begrippen die daarbij werden aangewend, zoals lineair en schilderachtig, veelheid en eenheid, gesloten en open vorm, waren ontstaan in de tijd dat abstractie in de kunst opkwam. Ze hoefden niet te wijzen naar welke uitbeelding van de werkelijkheid dan ook. De kunstgeschiedenis was niet gericht op ‘net echt’ en alles wat daarbij betrokken was. Het eigene van illusionisme werd een blinde vlek.

Methode
De grote verdienste van Van de Wetering is de schepping van een ongeëvenaard geschreven portret van Rembrandt als schilder. Zijn inlevingsvermogen in de schilderpraktijk moet ook te danken zijn aan een zeker natuurtalent voor kijken.

Ernst van de Wetering met een zelfportret. Photo credit: Wikipedia Trouw

Zelf tekenend en schilderend had hij geleerd waar je op moest letten. Schilderen is vooral kijkkunst. Door het jarenlange bestuderen van Rembrandts werk werd die kunst almaar verder ontwikkeld.
Maar dan nog. Rembrandt. The Painter Thinking - in de zin van schilderkunstig denkend - , wás een glibberig terrein. Scherpzinnig bestuderen, kijken, kunstzinnige intuïtie, moesten wel verbonden worden met feiten. Alleen de wetenschappelijke methode kon behoeden voor gespeculeer: natuurwetenschappelijk onderzoek, en nauwgezet analyseren van de bronnen.

Ernst van de Wetering

Door bepaalde handleidingen met elkaar te vergelijken kon gedestilleerd worden wat iedere kunstenaar toentertijd kon weten en praktiseren, en, daarmee ook waar Rembrandt er van afweek, wat hij toevoegde. Wat het kijken opleverde werd transparant onderbouwd. Laboratoriumonderzoek was daarbij essentiëel.
Een andere verdienste is dat hij de vinger legde op uitgangspunten in de kunstgeschiedenis die onderzoek naar schilderpraktijken in de klassieke traditie belemmerden.

Slot
Van de Wetering heeft als een ware ontdekkingsreiziger de zeventiende eeuwse schilderpraktijk van Rembrandt tevoorschijn gehaald, toegankelijk gemaakt. Kunstgeschiedenis bedrijven door de focus op die praktijk te richten, zoals ook Gombrich bepleitte, is met glans gelukt.
Simon Schama, zelf schrijver van een lijvig boek over Rembrandt, meende dat Rembrandt. The Painter Thinking een verbluffende prestatie was, die de hele koers van studies over Rembrandt voor vele generaties zou gaan veranderen. 10) Dat vind ik een treffende uitspraak.

Ernst van de Wetering met Carin van Nes. Photocredit VNK. CODART

Het in kaart brengen van het werk van een van de grootste kunstenaars ter wereld was titanenarbeid. De laatste jaren kampte Van de Wetering met een broze gezondheid terwijl het zesde boek van het Rembrandt Research Project nog niet af was. Hij heeft het kunnen voltooien met behulp van Carin van Nes, zijn levenspartner, die hem op alle mogelijke manieren heeft bijgestaan. Zij was werkzaam geweest op het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap waar ook het Rembrandt Research Project onderzoek liet doen. 11)
Ze was jarenlang nauw betrokken bij het werk van Ernst en volledig ingevoerd. Ze hield zich bescheiden op de achtergrond. Haar bijdrage was allerminst bescheiden.
Van de Wetering was voor mij een grote steun en stimulans. Ook ik geniet van zijn erfenis.

Noten
1) In 1968 werd Van de Wetering betrokken bij het Rembrandt Research Project (RRP) waarvan hij in 1993 voorzitter werd. Het RRP onderzocht welke schilderijen echte  Rembrandts waren. In 2014 verscheen het laatste van de zes boeken daarover. Hij was hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam van 1987 tot 1999.
2) Palet nr 202 en 203
3) Ernst Gombrich op de cover van Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking
4) Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 187
5) Idem, p. 253
6) Idem, p. 276
7) Rembrandt. The Painter Thinking. p.87
8) J.A. Emmens: Rembrandt en de regels van de kunst. 1967
Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006
9) Rembrandt. The Painter Thinking. p.280
10) Simon Schama op de cover van Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking
11) Wat betreft restauratie vertelt Carin van Nes: “We hebben op het gebied van restauratie ethiek ook nauw samen gewerkt. Ernst is heel belangrijk geweest voor de restauratiewereld. Hij heeft gezorgd dat de opleiding voor restauratoren op een hoger niveau kwam. Het is uiteindelijk een universitaire opleiding geworden.”

Met dank aan Jeroen Strengers, Yvonne Melchers en Carin van Nes.

Looking over Rembrant’s shoulder while he painted, who would not have wanted that? To get so near to his painting practice? Ernst van de Wetering chanced it in his books Rembrandt. The Painter at Work and Rembrandt. The Painter Thinking.

Ernst van de Wetering schreef over Rembrandt's schilderpraktijk

Ernst van de Wetering en twee van zijn boeken

Of course, he studied the paintings of Rembrandt for years to establish their authenticity. Besides art history he received an academic education as a painter. This way he was equipped with a painter’s eye and professional expertise. That came in useful as an art historian.
The world’s greatest authority on Rembrandt, he passed away this year. 1)

Ernst Gombrich, auteur van The Story of Art, wrote:
“Among the countless books on Rembrandt, that by Ernst van de Wetering comes closest to conveying something of this experience because the author combines the qualifications of a trained connoisseur and of a practicing painter.” 2)

Multidisciplinary
He was reputed to be passionate, brilliant, unique. He was famed as a raconteur, his lectures were memorable, students would cheer his lessons spontaneously. He knew how to explore a subject by including other academic disciplines. Experience was essential in seeing art.
A former student remembered an art excursion to Russia:

“In our preparation we also immersed ourselves in Russian litterature and music. Travelling through the country we all had to step out of the bus at some point in the middle of nowhere. ‘Look around carefully!’, were our orders. But it was raining! But still, we had to, in the rain, here and there was some snow and a group of birch trees. Not very comfortable. But later in the museum we were extremely grateful, we saw the Russian impressionist landscapes with different eyes, the experience was much more intense. You really saw more!”

Aleksej Savrasov. De roeken zijn teruggekeerd, 1879, olie op doek, 62x49,5cm

Narrative skill
I remember very well the lecture on ‘Rembrandt and light’. Van de Wetering told us that it was a common belief that Rembrandt’s famous clair-obscure was based in his childhood. Didn’t he grow up in a windmill, in semi-darkness, because of the small windows?
And then we we were invited to look at the light in the enormous college hall. That was a strange experience, lamps of all different kinds, and then there was the daylight coming in through the stained-glass windows. After a few minutes the audience was like a plowed land thirstily absorbing the story in all its complexity. Like the numerical decrease of daylight falling into a room, expert knowledge to be found at that time in painters’ manuals.

Kamerlicht. Illustratie in Van Hoogstraten’s Inleyding

Rembrandt. Een geleerde bij een raam (een studie in ‘kamerlicht’), 1631. Paneel, 60,8x47,3cm

Rembrandt at work
Rembrandt. The Painter at Work was published at the beginning of this century. I read it in one go and published articles about it in the Dutch art review Palet. 2) I had to ask Van de Wetering for photo materials, and that is how we first had contact.

Rembrandt. The Painter at Work

The book makes you aware of the process of observation and reproduction. I marveled reading about painters’ practices in the Dutch Golden Age of painting. There was an extraordinary high level of expertise among the painters.

Space
The creation of a credible illusion of reality, that was the aim in the classical tradition. Plasticity, correct proportions, a credible skin colour, yes, countless aspects had to be mastered by the artist. Linear and atmospheric perspective had been major discoveries. It proved to be possible to evoke the illusion of reality on a flat surface!

Dirck Jacobsz. A Group of Guardsmen,1529. Photo credit: Wikipedia

Last November I saw the exhibition of Renaissance portraits in the Rijksmuseum in Amsterdam: Vergeet me niet / Remember Me. Afterwards I passed through the Honour Gallery, with Vermeer, Rembrandt, Frans Hals.

Frans Hals en Pieter Codde. De magere compagnie, 1633-1637. Photo credit: Wikipedia

I stopped, taken aback, what was this? It had to be the amazing sense of space in the 17th century paintings! What a difference with a century before! What a giant artistic leap!

Air
Most particularly in the Northern Netherlands new ways of evoking space were developed, for instance the use of ‘the thickness of the air’ 4) That is how it was called, air forming a body between the different objects, even at close distances. That this was discovered at that time still amazes me. Other ‘tricks’ were the varying roughness of the paint surface, the alternation of sharp and soft contours, the placing of a pet dog: diagonally, alongside, or ‘in depth’…

Rembrandt, De Nachtwacht,1642. Photo credit: Wikipedia

Especially Rembrandt applied a lot of these techniques, as can be seen in the Night Watch. Just look at the little dog, on the right hand side, in the shadow. Also the placing of the figures makes it very life-like, indeed spatial. In short: the figures are breathing, the Night Watch is breathing.
The insights of those days are still valuable for contemporary realism, especially when artists rely on photos, because this can unwittingly lead to ‘flat’ pictures.

Unified
Then there is the chessboard theory. I can still hear this teacher telling us that you can enliven a painting by placing the contrasts like a sort of chessboard. This idea stems more from the tradition of abstract painting. In Rembrandt’s age a chessboard disposition was anathema. Because the eye would ‘read’all contrasts one by one and make an addition sum of the painting. Especially where people were represented in all kinds of mutual relations, this should be avoided. No, one should limit the alternation of light and dark, put less light tones next to light ones, so the light tones would shine even more, and the other way round. The main subject should stand out, and a sharp contrast would help that. Thus, you would create a ‘unified’painting, ‘one being’ in one compositionary grip. In other words: you should be able to see this picture in one glance. Rembrandt was admired for this by his contemporaries. 5)

Rembrandt, Oude man in een leunstoel, 1652, 111x88 cm. Photo credit: Wikipedia

Imagination
Was Rembrandt’s (and others’) spontaneous painter’s hand a manifestation of vitality or temperament? An aim in itself? A trade mark? This is often said, but no, thought Van de Wetering. “With Rembrandt and other great artists with a spontaneous hand (…) you register unconsciously that the spontaneity has itself no deliberate aim, it is not even a means, it is a self-evident and integral part of their artistic skill. (…) it serves more specifically a quite different factor in their artistry, perhaps the most important of all: the imagination.”
Rembrandt could compose this through his expertise, hardly fathomable nowadays, an expertise obtained through expermiment and endless practicing since his youth. Van de Wetering: “With great art (…) it seems that there must have been a powerful image lying at the root of the whole process. The artist appears (…) to move within that image while he is at work. He is what he is making.” 6)
After reading this book Iwrote to him asking for more information on 17th century ideas. Where could I find this? After some time I received a number of unpublished texts, plus invitations for his lectures and book presentations.

Etches, paintings and camping at the printer
In 2008, when I published my book Gezien van de Riet. In ’t leven vindtment al I sent Van de Wetering a copy. After that, he wanted to visit my workshop. He came in, with an etch in his hand. He had made that in the art academy.

Ernst van de Wetering. Etstekening maken op de knie.

It is a funny picture, free flowing, loose, but still very much on the mark. On his knee is the etching plate on which he is drawing his knee, feet, hands, and the etching plate itself. A drawing about drawing.

Left: When you hold the etch upside down you see what he himself saw while doing the drawing. But wait, the etch is printed in reverse. So it should be turned horizontally.
Right: This must have been the image that he drew from observation.

He also painted, and once we participated in an exhibition together. Both our works were too big for a normal car. A good thing that besides our love for painting we shared a love for camping. The paintings were transported in his camper car, and returned in our caravan.
His van also served him as his lodging at the printer’s in Zeist. He had to proof-read his last book on Rembrandt, there was a lot of time pressure. He wanted to pass the night in the printing shop, instead, he used his van.

Rembrandt the thinker
Rembrandt. The Painter Thinking appeared in 2016.

The rich treasure of 17th century art practice was systematically explored – Courbet would have loved it.
Treatises on art theory and painting practices were being unearthed and compared to each other. A perplexing image of well thought-out painting practices was recreated.

Karel van Mander en Het Schilder-Boeck 1604

Het Schilder-boeck
In 1604 painter and poet Karel van Mander published Het Schilder-boeck (‘The Painter’s Book’ or ‘The Painting Book’), following the footsteps of Vasari. This book was one of the crucial sources of knowledge on Rembrandt and his contemporaries. The influential art historian Hessel Miedema, internationally respected, wrote several studies on Van Mander in the last decades of the 20th century. He saw the book as a didactic poem, mainly literary by nature, obviously aimed at art lovers and of hardly any meaning for (beginning) artists. It was mostly about reciting knowlegde that was circulating anyway.
The strange thing however is that the first part of Het Schilder-boeck is full of advice and criteria, a true teaching manual for painters. That was even expressed in the subtitle….

Het Schilder-Boeck
Waer in voor eerst de leerlusti-
ghe Jueght den grondt der
Edel VRIJ SCHILDERCONST in
Verscheyden deelen Wort
voorghedraghen

The Painters Book (or Painting Book)
In which for the fist time for the studious
Youth (is exposed) the basis
of the Noble FREE ART OF PAINTING
in Several Volumes

More than ten chapters dwell on subjects like the portrayal of human feelings, landscape, cattle, reflected light, textiles, draperies, paint application…
All kinds of concrete things were treated, like:
- How to suggest velvet? By painting the high light very close to the contours.
- Reflection of a dark form in water? Make it lighter than the form itself.
- Tin: slightly bluer than silver.

Deeper meaing of eggs
A hilarious example illustrates Miedema’s misconception. It’s a simple instruction for the drawing of the human head, an egg-shaped outline with cross in it, from different poses. Those kinds of diagrams were common in those days.

Schema voor het tekenen van hoofden, zeventiende eeuw

Miedema:
“The emphatic repetition of ’t cruys’ (the cross) would clearly seem to refer to the Christian doctrine of redemption. It is more difficult to make out precisely what role Van Mander attributes to the ‘eye-rondt’, but it seems likely to me that by this term he is alluding to the world. ’t Menschen beeldt (the human figure) then becomes the microcosmos: the reduced reflection of the world, but under the sign of Christ’s Cross.” 7)

This interpretation should be categorically rejected, wrote Van de Wetering. Miedema’s search for a deeper meaning had stripped the manual of its real content

Illusionism
The recommendations and criteria in the manual were related to illusionism, as stated, the creation of a credible illusion of reality. Vasari and Van Mander approvingly used terms like ‘nature’ (meaning reality) and ‘just life-like’.
Gombrich had already pointed out that illusionism was the cornerstone of European art: artists had developed techniques to improve the illusion, ever since the classical Greeks down to the 19th century (with an interruption in the Middle Ages).

Formerly Piero della Francesca. Ideal City. Photo credit: Wikipedia

But painting practice was not a subject in art history. That should be rewritten in that respect, he suggested.

Waerheyt (Truth)
Rembrandt’s mainspring was to capture ‘de waerheyt’, truth, life in its ‘most natural liveliness’ or mobility. As a young painter he got an overwhelming compliment from the authoritative art connoisseur Constantijn Huygens: he had surpassed the ancients and the great 16th-century Italians in the representation of emotions, as expressed by his figures in historical pieces.
The representation of emotions was very highly valued in the classical tradition and Huygens’praise must have been a tremendous boost.

Rembrandt, De thuiskomst van de verloren zoon, 1636, ets. Photo credit: Wikipedia

The etch The Return of the Prodigal Son shows how Rembrandt had pondered human feelings, and how best to express these.

Blind spot
Manuals and other 17th-century sources from Rembrandt’s days had existed for almost four centuries. But the art treasure of workshop practices had remained hidden for a long time, apart from certain exceptions. 8)
Van de Wetering points out that illusionism had fallen from grace ever since Cézanne, and banned completely in the 20th century. Art history was mostly concerned with style and the succession of styles. 9) The concepts used, like linear and picturesque, multiplicity and unity, closed and open form, had been developed in the time that abstract art arose. They didn’t need to refer to any representation of reality whatsoever. Art history didn’t concern itself with ‘just like’ and all that was involved with that. The peculiar aspects of illusionism became a blind spot.

Method
The great merit of Van de Wetering is the creation of an unsurpassed written portrait of Rembrandt the painter. His capacity to identify himself with the painter’s practice must also have been owed to a certain natural talent for observation.

Ernst van de Wetering met een zelfportret. Photo credit: Wikipedia Trouw

Drawing and painting himself, he had learned what to pay attention to. Painting is most of all the art of looking. By his many years of studying Rembrandt’s work he developed that art ever more.
But even so. Rembrandt. The Painter Thinking – meaning: thinking painterly – was slippery ground. Acute observation and artistic intuition had to be linked to facts. Only scientific method could shield him from speculation: laboratory research, and painstaking analysis of sources.

Ernst van de Wetering

By comparing different manuals it was possible to distill what every artist of that day could know and practice, and thereby also where Rembrandt deviated and added. What was rendered by observation was transparantly explained. Laboratory research was essential in the process.
Another merit was that he put the finger on starting-points in art history that hindered research into painting practices in the classical tradition.

Finally
Like a true explorer, Van de Wetering has uncovered Rembrandt’s painting practice and made it accessible. Writing art history through focusing and that practice, like Gombrich advocated, has been a resounding success.
Simon Schama, himself the author of a hefty book on Rembrandt, thought that Rembrandt. The Painter Thinking was an astounding accomplishment, that would alter the course of Rembrandt studies for many generations. 10) I think that is a striking statement.

Ernst van de Wetering met Carin van Nes. Photocredit VNK. CODART

Mapping out the work of one of the world’s greatest artists was Titans’ labour. In his last years Van de Wetering struggled with his health, while the sixth volume of the RRP had not yet been finished. He has been able to complete it with the help of his life partner Carin van Nes, who assisted him in all possible ways. She had worked at the Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap where Van de Wetering had a job and where the Rembrandt Research Project also worked. 11) She was closely involved in Van de Wetering’s work. She kept herself modestly in the background, but her contribution was all but modest.

To me, Van de Wetering was a great supporter. I also enjoy his legacy.

Notes
1) In 1986 Van de Wetering was involved in the Rembrandt Research Project (RRP), becoming its chairperson in 1993. The RRP established the authenticity of paintings ascribed to Rembrandt. In 2014 the last of the six books on this subject was published. He was professor of art history at the Amsterdam University from 1987 till 1999.
2) Ernst Gombrich on the cover of Rembrandt. The Painter at Work and Rembrandt. The Painter Thinking
3) Palet nr 202 en 203
4) Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 187
5) Idem, p. 253
6) Idem, p. 276
7) Rembrandt. The Painter Thinking. p.87
8) J.A. Emmens: Rembrandt en de regels van de kunst. 1967
Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006
9) Rembrandt. The Painter Thinking. p.280
10) Simon Schama on the cover of Rembrandt. The Painter at Work and Rembrandt. The Painter Thinking
11) Concerning restauration Carin van Nes said: “We worked close together in the realm of restauration ethics. Ernst was very important for the restauration world. Thanks to him the training of restaurers reached a higher level. Finally it became an academic discipline.

Thanks to Jeroen Strengers, Yvonne Melchers en Carin van Nes.

Translation NL-EN by Jeroen Strengers

 

En:
Bezoek aan Galerí
a Artelibre.


Ets van Dürer

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman.jpg

Vooraf

Dit is de laatste aflevering van de lezing die ik in mei 2018 gaf, Imitatie en Verbeelding, voor TRAC2018  (The Representational Art Conference) in Nederland. Het betrof natuurgetrouw realisme, het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in de klassieke kunst, ook in zijn hedendaagse variant. Naturalisme is een van de vele uitingen van realisme, eentje met een hoge graad van imitatie. Een commentaar in facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Dit soort opinies hoor je vaak. Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Exact! Geen ziel, geen artistieke creativteit! En daarover gaat deze discussie. Ik ga de mening bestrijden dat verbeelding in het naturalisme ontbreekt.

 

Deel 1 van de lezing staat in mijn blog van augustus 2017 (zie Archief).
Deel 2 in de blog augustus 2018 (zie Archief).
Deel 3 in de blog oktober 2018 (zie Archief).
Deel 4 , laatste deelvolgt nu.

19de Eeuws realisme
Twee eeuwen na de Hollandse Gouden Eeuw, in 1855, werd Courbet’s De Steenbrekers door De Parijse Salon afgewezen als zijnde vulgair. Dit klinkt bekend, denk aan de Hollandse Gouden Eeuw (zie archief 2018 oktober). Courbet huurde vervolgens een houten barak, doopte het met de naam Pavillon du Réalisme, en toonde daar zijn werk tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs. Hij schreef er meteen het Realistisch Manifest bij en muntte de term realisme, trouw aan de werkelijkheid, naar inhoud en vorm.

Courbet The Stone Breakers realism

Gustave Courbet. The Stone Breakers, oil on canvas, 1849, 160x259cm

“Geen mythen”, zei Courbet, “Engelen? Ik heb ze nooit gezien.” Kijk naar de alledaagse werkelijkheid, naar gewone mensen. Verzinnen hoeft niet.
Courbet was geen dogmaticus, hij verzon wel eens wat. Maar hij sloeg wel degelijk een bres in de klassieke traditie waar ‘Inventio’ stond voor verheven onderwerpen en idealiseren. Waar de Hollanders nog het goddelijke in de natuur zagen, schafte Courbet de metafysische dimensie af.

Aan het eind van de 19de eeuw waren er allerlei varianten van realisme, denk aan Lepage, Bougueraux, Sargent, Waterhouse, Alma Tadema, Zorn, Repin. Ze waren in hun tijd beroemd maar verdwenen later uit de kunstgeschiedenis. Echter, realisme kan fantastisch zijn en geenszins inferieur aan het zo gewaardeerde impressionisme van die tijd.
Zie de Amerikaan Frederic Edwin Church (1826-1900).

Church. Twilight,

Frederic Edwin Church. Twilight, ‘Short Arbiter ‘Twixt Day and Night’, oil on canvas, 1850, 81,3x121,9cm.


Of Ivan Shishkin (1832-1898). Hij schilderde bij uitstek natuurgetrouw. Als je Winter van hem in het echt ziet raak je overweldigd door de grootsheid en echtheid. Uiterst verfijnde kleur- en toon nuances in de sneeuw. Een rijkdom aan details in de schors. Veel afzonderlijk zichtbare takken en toch zie je het bos door de bomen. Shishkin versterkte daardoor het realiteitsgehalte.

Shishkin. Winter

Ivan Shishkin. Winter, oil on canvas, 1890, 125,5x204cm.

Sommige collega’s noemden hem wel een ‘boekhouder der bladeren’.12) Kunstdocenten zijn vaak huiverig voor veel detaillering om begrijpelijke redenen. Maar als het goed gedaan is kun je detaillering vergelijken met muziek waar elke noot duidelijk wordt gespeeld zonder dat de melodie verbrokkelt, waar variatie in de herhalingen alleen maar verrijkt. Grootsheid sluit het detail niet uit.
Het ‘eigen handschrift’ van Shishkin? In Van Manders woorden: “geen bedenksels, geen vercieringhe”. Hij laat de natuur haar eigen taal spreken. Niets meer aan doen! Dat vereist grote vakbekwaamheid. Hoe succesvol hij ook was, critici vonden zijn werk te natuurgetrouw. Ja, want waar was de verbeelding? Die wist Shishkin echter heel knap in zijn subtiele kunst te verbergen. Daarover straks meer.

Hij werkte zo natuurgetrouw om de geziene kwaliteiten, dat adembenemende, te vangen. “Net echt”, zegt het publiek dan en ervaart vast iets van de oorspronkelijke beleving van de kunstenaar. Wat maakt deze schilderijen zo ontroerend? Dat kan toch niet alleen ‘Imitatie’ zijn, of wel?

Kijken, weergave en beleving

Gezien van de Riet. Observing

Gezien van de Riet. Observing

Niet dat ik mij op het niveau wil plaatsen van deze meesters, maar sprekend vanuit mijn eigen ervaring, merkte ik dat het schilder proces in mijn hoofd begint zodra schoonheid in de buitenwereld mijn oog treft:… deze kleur moet het zijn… dat patroon… dit er in… dat er uit…
Sfeer en beleving zetten zich vast in het geheugen. Ik zie almaar meer van dat wat me zo trof, de architectuur van de boom, nuances, gradaties, eigenaardigheden. Een selectie natuurlijk want alle takken zijn niet te schilderen. Die selectie komt ook voort uit mijn persoonlijkheid. Er ontstaat een beeld in mijn geest.

Bij het schilderen werkt de oorspronkelijke beleving als een voortstuwende kracht en als strenge beoordelaar: is die sfeer er nog? Pak dan die kwast, die kleur. De beleving verenigt zich met de techniek. Zo komt het gevoel in het schilderij.

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2, alkyd/oil on panel, 60x90cm

Allerlei problemen moeten worden opgelost. Vorm en kleur werken op een paneel anders dan in het echt. Stel een oneindige ruimte waarin een boom met kale takken zich uitstrekt. Het schilderij heeft echter slechts een rechthoekje tot zijn beschikking. Dat moet worden goedgemaakt. Want juist de oneindige ruimte moet worden opgeroepen, dat bepaalt de sfeer. Een moeilijkheid daarbij is dat de verf van de geschilderde lucht het echte licht terugkaatst, terwijl de ruimte in werkelijkheid juist mede voelbaar wordt door het licht in de lucht, door stofdeeltjes die licht vangen.

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2, pencil on paper

Dwalend door de voorstelling moet het oog van de kijker ongehinderd kunnen genieten. Daarom is er een harmonieus abstract patroon als het ware onder de voorstelling gelegd, met aandacht voor richtingen, licht en donker, evenwicht, etc.
Dat patroon kan gebieden takken weg te halen of krom te buigen. Soms maak ik een foto van het onaffe schilderij en bewerk die in Photoshop; dat gaat sneller dan schetsen.De illusie van ruimte op het platte vlak kan dwingen tot het veranderen van kleuren in de verte ook al waren ze als zodanig niet waargenomen.

Verborgen vervormingen
Kortom, in natuurgetrouw realisme brengt de schilder bewust vervormingen aan, maar zo onopvallend mogelijk. Het moet verborgen zijn.
Hoe groter de vakbekwaamheid, hoe treffender de beleving wordt belichaamd. Onopvallende vervormingen zijn in veel klassieke kunstwerken te vinden. Persoonlijke gevoelens? Zeker, heel persoonlijk, in de betekenis van met huid en haar betrokken zijn. Wat de kunstenaar wel degelijk toevoegt is de eigen betovering die werd ondergaan, de schoonheid, de ontroering, met het kunstzinnig talent aan het roer. Ook bij natuurgetrouw realisme.

Slot
Wie bij het Straatje in Utrecht in tegenlicht zegt ‘Oh, dit ken ik al’ loopt meteen door en ondergaat de schoonheid niet. Dat is voorbehouden aan de aandachtige kijker met een open mind. Zij of hij wandelt in gedachten door die straat, met die fijne atmosfeer. Hoe was dat bereikt? Door alle soorten keuzes die de kunstenaar maakte. Hij zorgde dat ze verborgen bleven.

Is imitatie alleen maar virtuositeit? Het is meer. Want hoe kan het dat de kunst van de Hollandse Gouden Eeuw nog steeds miljoenen mensen betovert? De schilders zelf waren betoverd door schoonheid en drukten dat bekwaam uit in hun werk.

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky, watercolour/pastel on paper, 60x40cm

Dennis Dutton stelt in The Art Instinct 13) dat liefde voor schoonheid is aangeboren. Zo lang dat instinct bestaat, zullen er altijd mensen zijn die door schoonheid worden gegrepen en kunstenaars die gedreven zijn om de schoonheid die in de werkelijkheid is gevonden te re-creëren.
Alsjeblieft, geen dogma’s. Er leiden vele wegen naar schoonheid; hedendaags naturalisme heeft recht op een eigen plaats in kunst en kunstgeschiedenis.

Noten

12) Henk van Os, Voor het eerst: Russische landschappen, p.39. In: Patty Wageman & David Jackson (ed.), Het Russisch Landschap. Groninger Museum, Groningen & The National Gallery, London, s.d.
13) Dennis Dutton, The Art Instict. Beauty, Pleasure & Human Evolution. New York 2009.


Op bezoek bij Galería Artelibre 

Naast het boek ‘Leonardo. Guía de arte y artistas’ publiceert Galería Artelibre jaarlijks ‘Arte y Libertad’ met zo’n honderd kunstenaars, wereldwijd. Dat kwam eind 2018 uit en mijn werk staat er ook in!

My pages in Arte y Libertad XIII

My pages in Arte y Libertad XIII

Deze galerie zetelt in Zaragoza, Spanje, en wil een venster zijn voor kunstenaars uit alle windstreken. De galerie is virtueel en heeft een site waarop vele kunstenaars staan,  www.artelibre.net. Mijn pagina is: http://www.artelibre.net/en/node/27050.
Met groot enthousiasme worden allerlei activiteiten ondernomen. Zoals het publiceren van boeken, het organiseren van een jaarlijkse portret competitie, geheten Modportrait, samen met het MEAM. Of het lesgeven in het atelier van de galerie in Zaragoza, het organiseren van exposities (op andere lokaties).
Spreek je over de galerie dan zeg je José Enrique González.

In november vorig jaar bezochten mijn echtgenoot J en ik Galería Artelibre om ‘Onze Ginko in de herfst’ in te leveren voor de expositie ‘20 años, en 20x20’ ter ere van het twintig jarig bestaan.

‘Our Gingko’ on the easel

‘Our Gingko’; Arantxa Lobera (left near easel) put it on the easel to show it to visitors

Er gaan 150 kunstenaars meedoen, allemaal met een werk van 20x20cm. Je kunt ook zeggen, de 20 staat voor twintig jaar ijveren voor realisme. Dat steelt mijn hart. Net zoals het ijveren van Museum Møhlmann in Appingedam of het MEAM in Barcelona.

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil on paper, 50x40cm

José Enrique González was heel gastvrij en toonde een grote collectie kunstwerken. Hij deed de techniek van ‘droge olie’ voor. Je kunt er als het ware mee tekenen; je moet het penseel met olieverf net zo lang deppen tot de verf droog aanvoelt; daarna kun je ermee op papier werken, zie Tetuán II.

We konden ook de opening van de prachtige internationale expositie ‘Algo más que realismo’ (Iets meer dan realisme) in Zaragoza bijwonen. Ook die expositie is jaarlijks.

Kortom, het bezoek aan Galería Artelibre was hartverwarmend en inspirerend!

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass, 116x114cm

Opening ‘Algo más que realismo’

Opening ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

And:
Visit to Galería Artelibre.


Ets van Dürer

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman.jpg

Before

This is the last part of the lecture I gave in may 2018, Imitation and Imagination, at TRAC2018 (The Representational Art Conference) in The Netherlands. The lecture was on naturalistic realism, the area of tension between imitation and imagination in the classical art, including the contemporary variant. Naturalism is one of many expressions of representational art, one with a very high degree of imitation. See for example a comment with regard to a pretty realistic painting, on facebook (28-10-2014):

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

“I can’t understand why an artist would work so hard to make a painting like this that is so much like a photo. That’s what cameras are for. I can see the artist’s skill, but not the soul.”

This prejudice is often heard. Because really: isn’t imitation getting in the way of imagination? Exactly! No soul, no artistic creativity. And that’s what this discussion is all about.
I will contest the opinion that naturalism lacks imagination.

 

Part 1 in blog august 2017 (see archive).
Part 2 in blog august 2018 (see archive).
Part 3 in blog october 2018 (see archive).
Part 4, the last part, is following now.

19th-century Realism
Two centuries after the Dutch Golden Age, in 1855, Courbet’s painting The Stone Breakers was rejected as too vulgar by the Paris Salon. This sounds familiar, denk aan de Hollandse Gouden Eeuw (see Archive October 2018).
Courbet thereupon rented a wooden shed, baptized it with the name Pavillon du Réalisme and there showed his work during the Paris World Exhibition. Courbet then wrote his Realist Manifesto. He minted the term realism, true to nature, by form and by content.

Courbet The Stone Breakers realism

Gustave Courbet. The Stone Breakers, oil on canvas, 1849, 160x259cm

“No myths”, said Courbet, “Angels? I’ve never seen them.” Look at everyday reality, at ordinary people. There’s no need for fabrication.
Courbet was not a dogmatic, he did invent things. But he really did make a breach in the classical tradition where ‘Invention’ still stood for exhalted subject matter and idealization. Where the Dutch still saw the divine in nature, Courbet did away completely with the metaphysical dimension.

At the end of the nineteenth century there were all sorts of realisms; think of Lepage, Bougueraux, Sargent, Waterhouse, Alma Tadema, Zorn, Repin. They were famous in their day, but afterwards disappeared from the official art history. However, realism can be ‘fantastic’ and in no way inferior to the so much appreciated impressionism of that age.
See the American Frederic Edwin Church (1826-1900).

Church. Twilight,

Frederic Edwin Church. Twilight, ‘Short Arbiter ‘Twixt Day and Night’, oil on canvas, 1850, 81,3x121,9cm.

Or the Russian Ivan Shishkin (1832-1898), an eminently naturalistic painter. His Winter is overwhelming by its greatness and realness. Extremely refined color and tone nuances in the snow. A wealth of details in the tree bark. That way, Shishkin enhanced the degree of reality in his painting.

Shishkin. Winter

Ivan Shishkin. Winter, oil on canvas, 1890, 125,5x204cm.

Some collegues called him a ‘bookkeeper of leaves’.12) Also nowadays art teachers often shrink away from painting many details, for understandable reasons. But if done rightly, you can compare detailing to music in which every note is clearly played without loosing the melody, where variation in repetition only enriches. Greatness does not exclude attention to detail.

And his ‘own handwriting’? In Van Mander’s words: “no fabrication, no ornamentation”. He lets Nature speak its own language. Do nothing more! For that, great skill is required.
However successful he was, some critics thought his work too naturalistic because it was so much like reality itself. Where was the imagination? Shishkin succeeded in hiding it in his art. More about that later.
He painted in this naturalistic manner to capture the observed qualities, the breathtakingly beautiful. “Just like the real thing”, the public says, while getting a feeling of the artist’s original experience. What is it that makes these paintings so touching? It can’t be just Imitation, can it?

Observing, experiencing and representing

Gezien van de Riet. Observing

Gezien van de Riet. Observing

Obviously I wouldn’t dare to put myself at the level of these masters, but I found that the painting process starts in my head the moment that beauty in the outside world hits my eye:… it must be this color... that pattern... this should be in... that should be left out...
Atmosphere and experience imprint themselves in my memory. I see more and more of that what hits me: the architecture of the tree, nuances, gradations, peculiarities. A selection of course, because it’s impossible to paint every tiny branch. That selection stems also from my personality. An image is formed in my mind.

During the painting process the original feeling or experience works as a propelling force and as a severe critic: is the atmosphere still there? Then let me grab this brush, select that color. Feeling, experience, joins with technique. That’s the way feeling comes in the artwork.

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. The Beech of Kijkuit-2, alkyd/oil on panel, 60x90cm

All manner of problems must be solved. Form and color work differently on a panel than in reality. Picture yourselves an infinite space in which a tree extends its bare branches. The painting has to make do with only a small square. I must make up for that. Because I want to evoke just that infinite space, that defines the atmosphere.
A difficulty here is that the paint of the represented sky reflects the real phyisical light, while in reality space becomes perceptible partly through the light in the air, through dust particles that catch the light.

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2

Gezien van de Riet. Sketch for Beech of Kijkuit-2, pencil on paper

Roaming through the representation, the eye of the beholder should be able to enjoy itself unhindered. That is why there is a harmonious abstract pattern laid (as it were) under the representation; attention being paid to directions, light and dark, balance, etc.
That pattern can force you to remove branches or to bend them. I sometimes make a photo of the painting in progress and manipulate it in Photoshop; that can be quicker than sketching. The illusion of space on a flat surface can force you to change colors further away, even though that’s not the way they were seen.

Inconspicuous distortions
In short, in naturalistic realism the painter consciously applies distortions, but as inconspicuously as possible. It must be hidden. The greater the skill, the more poignantly the experience is represented. Inconspicuous distortions can be found in many classical works of art. Personal feelings? Yes, very personal, but in the sense of total involvement. What is really added by the artist is the enchantment that was in the original experience, the beauty, the thrill, guided by her (or his) artistic talent.

Conclusion
Seeing A Street in Utrecht in Backlight you may think : “Oh, I know this already”. Then you will move straight on and miss the beauty of it. That will be reserved to the attentive viewer. She will walk in her mind through that street, with that nice atmosphere. How was that achieved? By all sorts of choices made by the artist. He managed to hide them.

Is Imitation just virtuosity? It is more than that. Because how can it be that the art of the Dutch Golden Age still enchants millions of people? The painters themselves were enchanted by beauty and skilfully expressed that in their work.

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky

Gezien van de Riet. Reaching for the Sky, watercolour/pastel on paper, 60x40cm

Dennis Dutton states in The Art Instinct 13) that love for beauty is inborn. As long as that instinct is not weeded out, there will always be people gripped by beauty and artists driven to re-create the beauty found in reality.
Please, no dogmas. There are many ways towards beauty; contemporary naturalism is entitled to its own place in art and art history.

Notes
12) Henk van Os, Voor het eerst: Russische landschappen, p.39. In: Patty Wageman & David Jackson (ed.), Het Russisch Landschap. Groninger Museum, Groningen & The National Gallery, London, s.d.
13) Dennis Dutton, The Art Instict. Beauty, Pleasure & Human Evolution. New York 2009.


News

Visit to Galería Artelibre

Besides the book ‘Leonardo. Guía de arte y artistas’ Galería Artelibre publishes every year ‘Arte y Libertad’ with about one hundred artists from all over the world. It appeared at the end of 2018 and my work is in it too!

My pages in Arte y Libertad XIII

My pages in Arte y Libertad XIII

This art gallery is based in Zaragoza, Spain, and wants to be a window for artists from all points of the compass. It is a virtual gallery and has a website featuring a great many artists: www.artelibre.net. My page is: http://www.artelibre.net/en/node/27050. They display a great range of other activities, like book publishing, organizing a yearly portrait competition called Modportrait (together with MEAM), teaching art classes in the gallery workshop in Zaragoza, organizing exhibitions in other locations.
When you are talking about this gallery, you are talking about José Enrique González.

My husband J and I visited Galería Artelibre in November last year to hand in my work ‘Our Gingko in Autumn’ for the exhibition ‘20 años, en 20x20’, celebrating the gallery’s twentieth aniversary, 150 artist are going to take part, all of them with a work of 20x20 cm. You can say that 20 stands for 20 years of promoting realist art. That warms my heart. Just like the efforts of Museum Møhlmann in Appingedam (Holland) or MEAM in Barcelona.

‘Our Gingko’ on the easel

‘Our Gingko’; Arantxa Lobera (left near easel) put it on the easel to show it to visitors

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil

José Enrique González, Tetuán II, Dry oil on paper, 50x40cm

José Enrique González was very hospitable and showed us around in the gallery’s premises, harbouring a great many works of art. He gave a demonstration of ‘dry oil’ technique. It is like drawing: you must dip your brush with oil paint just as long as to make the tip feel dry to the touch; then you can apply it to paper; see Tetuán II.

We were able to attend the opening of the wonderful international exhibition ‘Algo más que realismo’ (‘Something more than realism’) in Zaragoza. That is also a yearly happening.
In short, our visit to Galería Artelibre was heartwarming and inspiring!

Translation NL_EN
: Jeroen Strengers

 

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass

Pedro del Toro, ¿Sí? Oil on canvass, 116x114cm

Opening ‘Algo más que realismo’

Opening ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

José Enrique González (center) at ‘Algo más que realismo’

Ets van Dürer

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman.jpg

Before

In May 2018 I gave a lecture, Imitation and Imagination, at TRAC2018 (The Representational Art Conference) in The Netherlands. The lecture was on naturalistic realism, the area of tension between imitation and imagination. Naturalism has a very high degree of imitation. See for example a comment with regard to a pretty realistic painting, on Facebook (28-10-2014):

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

“I can’t understand why an artist would work so hard to make a painting like this that is so much like a photo. That’s what cameras are for. I can see the artist’s skill, but not the soul.”

Because really: isn’t imitation getting in the way of imagination? It is a widespread idea: naturalism lacks imagination. But, I will contest that opinion.
Part 1 of the lecture: earlier blog (archive, August 2017)
Part 2 in blog, August 2018
Part 3 is following now (elaborated)

Forgotten Dutch Golden Age art theories disclosed

Let us jump to the year 2000. Rembrandt. The Painter at Work is published. It’s a real art treasure from the Dutch Golden Age, expertly and fascinatingly revealed by Ernst van de Wetering. It is nothing less than the forgotten art theories about realism. These had been overlooked for about three centuries. The artists of those days proved to be theoretically very well grounded. This had sharpened their skills and insights. Their world fame was’t for nothing!
This was especially true for Rembrandt, who pondered, investigated and experimented a lot and developed new insights himself.

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking. Art theory Dutch Golden Age

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking.

That was an awareness that came to me when I read the book with increasing amazement. How could it be that those ideas weren’t known to us? I wrote to Ernst van de Wetering that I would very much like to learn more about those theories, but didn’t have the time to read the original texts in Old Dutch. I didn’t have to: he sent me more unpublished texts until he published Rembrandt. The Painter Thinking in 2016. Again, I was stunned: what a rich source for the visual arts, so many intelligent ideas in treatises on art theory were brought to light!
Professor Van de Wetering said to me that many people came to tell him that his books were a revelation to them, even if they believed themselves to be well versed in Rembrandt and seventeenth century art. Just like me!
Now let us jump back to that age, the seventeenth century.

Art treasure of the Dutch Golden Age
A new realism originated in Dutch painting, already in the sixteenth century, but especially in the seventeenth century, known as the Dutch Golden Age.
The artists of that age stressed the importance of imitation and observation. Of course they included classical elements such as perspective or anatomy.

Karel-van-Mander-Het-Schilder-Boeck

Karel van Mander, Het Schilder-Boeck, 1604

Painter-author Karel van Mander described a great many natural phenomena in Het Schilder-boeck. 3)

Samuel van Hoogstraeten: Art History Dutch Golgen Age

Samuel van Hoogstraeten: Art History Dutch Golgen Age

Rembrandt’s former pupil Samuel van Hoogstraeten also wrote an important manual, Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. 4) These books belonged to the cultural baggage of every self-respecting painter.
It makes for fascinating reading, certainly also for contemporary realists. It stimulates awareness of many aspects of observation and representation. You can read all about it in Rembrandt. The Painter at Work, and Rembrandt. The Painter Thinking, and other publications by Ernst van de Wetering.

Essential was to create space in order to get the illusion of reality.

Rembrandt, details Nightwatch

Rembrandt, details Nightwatch

Besides perspective, an important element was the ‘perceptibility’. It was found that putting a piece of sky-blue paper against a sky of the same color, you would still notice that the piece of paper is close to you, and the blue sky infinitely distant because of the relative roughness of the paper. The application of the discovery of perceptibility would contribute to three-dimensionality. 5) Imagine painters pondering that! The idea that air has substance, that it forms a body over a short distance, and that its presence should be suggested around every object to create spatiality is wonderful.

Rembrandt-Anatomy Lesson

Rembrandt, detail The Anatomy Lesson of Dr. Nicolaes Tulp

Van de Wetering: “The young Rembrandt had already applied this insight with great subtlety in the ‘Anatomy Lesson of Dr Nicolaes Tulp”. He argues:

“It is only when one consciously takes notice of these extremely refined modulations of light and tone from one head and collar to the other, from front to back, that it becomes clear that this is one of the main reasons for the strikingly atmospheric effect of Rembrandt’s paintings.” 6)

Rembrandt applied this phenomenon quite often, see the details of his Night Watch. You can see it comparing when you compare his Night Watch with similar paintings nearby it, in the Rijksmuseum, Amsterdam.

Vermeer-Art-Painting

Vermeer, The Art of Painting

There was also a treatise on the degrees of shadows and what pigments should be used in painting them. Or the theory of the numerical diminution of a light beam falling into a room. 7) Vermeer was probably familiar with it, as is witnessed by the interior light in his paintings. He created a genial combination of spaciousness and intimacy.
These examples show the exceptional level of knowledge among the painters of that age. I don’t mean that we should copy these theories, but we can learn from them, and even improve our art.

Realism, banal, vulgar
Another writer on this period is Boudewijn Bakker. He tells that the extreme realism of the Dutch invited criticism by the Italians: imitation, okay, but what about imagination? After all, art should lift reality to a higher level, creating perfect beauty, idealize. The Dutch subject matter was deemed banal, vulgar.

Hals-Laughing-Boy

Hals, Laughing Boy

How this Dutch realism was seen even in the 18th century is shown in this caricature by the English artist Thomas Rowlandson: A Dutch Academy.

Rowlandson, Dutch Academy

Rowlandson, Dutch Academy

Classical art theory taught that students should draw after antique statues, since these had perfect proportions. Samuel Van Hoogstraten, who later turned to a more classicist style, complained that Rembrandt brought ugly models into his studio.

“Indeed, I bemoan my lot when I look over my old Academy drawings, that we were taught these so sparingly in our youth; since it is no more labor to imitate a graceful posture than an unpleasant and disgusting one.” 8)

Rembrandt really went far… In one of his self-portraits I detected a pimple on his left cheek. He must have had fun painting that ‘truth’.

Rembrandt-Self-Portrait-1659

Rembrandt Self Portrait, 1659, detail

 

I told this to my dear teacher Diederik Kraaijpoel. ‘Without style there is no art’, he had written in one of his books; that makes sense: reality itself has no style. So, such a pimple, such far-reaching realism, I asked, isn’t that going beyond style? Well, he could not believe that Rembrandt had actually painted a pimple on his cheek… And about this far-reaching naturalism he said: it’s never a copy, the artist always makes a selection, it is impossible to paint all.

Answer: a ‘find’
Karel van Mander answered the Italian criticism by stating: “In life one finds all”, there is no better textbook. In the ‘book of nature’ the visible creation is seen as the second or even first ‘book’ of divine revelation, next to the Holy Scriptures.

Intensive-Looking

Intensive Looking

Inventio, Imagination, can also be seen as ‘a find ‘, something that is found in nature after long and sharp observation. Intensive looking is the entrance key to beauty. Beauty is enclosed in reality. Reality is created by God. 9)

As soon as possible the painter should start to work after nature. And what about style, maniera? His advice: don’t make things up, “go from ornamentation towards truth!”. Fabrications could affect the illusion of reality. The painter should not stylize or idealize, but characterize. 10)

For Rembrandt, ‘truth’ was life, to be captured in its ‘most natural liveliness’.

Rembrandt-Girl-Pictureframe

Rembrandt, Girl in a Pictureframe

Van de Wetering remarks that the painting Young woman in a picture frame gives the impression that the young woman is about to place her right hand on the frame, even the earring seems to be moving, life is caught in the act.11)

Well, the Dutch diverged from current art theory. Imitation was highly appreciated. But invention or imagination was never far away. Beauty in truth, intensely observed by the artist, was transferred into the work of art.
For me, it was like homecoming. I had always felt that way.

Notes
1) Roodnat, Joyce. “Met drift geschilderde ‘kleine onderwerpen’ “. NRC, 2018-02-28.
2) Vasari, Giorgio. Lives of the Artists. Volume 1. Introduction by George Bull. London, 1987. p. 19-20.
3) Mander, Karel van. Het Schilder-Boeck. Haarlem,1604.
4) Hoogstraten, Samuel van. Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. Davaco Publishers, s.l., 1969.
5) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 183.
6) Id., p.187.
7) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.157.
8) Emmens,  J.A.. Rembrandt en de regels van de kunst. Amsterdam, 1979. p.220.
9) Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006. p.163.
10) Id., p.167, 166.
11) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking.

 

 

, 2016. p.263.

 

Translation NL-EN: Jeroen Strengers

Ets van Dürer

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman.jpg

Vooraf

In mei 2018 gaf ik een lezing, Imitatie en Verbeelding, voor TRAC2018 (The Representational Art Conference) in Nederland. Het betrof het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in natuurgetrouw realisme. Naturalisme heeft een hoge graad van imitatie. Een commentaar in Facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Dat is een veel voorkomende opinie, verbeelding zou ontbreken in het naturalisme. Maar, deze mening ga ik bestrijden.
Deel 1 van de lezing: blog augustus 2017 (zie Archief)
Deel 2 blog augustus 2018
Deel 3 volgt nu (bewerkt)

Vergeten kunst theorie van de Gouden Eeuw ontsloten

Even een sprong naar het jaar 2000. Rembrandt. The Painter at Work verschijnt. Een kunstschat, uit de Hollandse gouden Eeuw, vakkundig en boeiend onthuld door Ernst van de Wetering. Het ging om niets minder dan de vergeten kunst theorieën over realisme. Deze waren zo’n drie eeuwen over het hoofd gezien. De kunstenaars van toen bleken theoretisch bijzonder goed onderlegd. Dit had hun vaardigheden en inzichten verscherpt. Ze zijn niet zo maar wereldberoemd geworden.
Dit gold natuurlijk vooral voor Rembrandt, die veel nadacht, onderzocht en experimenteerde en zelf nieuwe inzichten ontwikkelde.

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking. Art theory Dutch Golden Age

Rembrandt. The Painter at Work & Rembrandt. The Painter Thinking.

Dat besef drong tot mij door toen ik het boek met stijgende verbazing las. Waarom waren die ideeën van toen niet bekend? Ik schreef aan Ernst van de Wetering dat ik heel graag meer te weten kwam over die theorien, maar geen tijd had om de oorspronkelijke boeken in oud Nederlands te lezen. Het hoefde ook niet, ik kreeg meer, nog niet gepubliceerde, teksten te lezen en in 2016 kwam Rembrandt. The Painter Thinking uit. Ik stond opnieuw perplex, een rijke bron voor de beeldende kunst, zoveel intelligente ideeën in kunsttheoretische traktaten kwamen er aan het licht!
Van de Wetering vertelde dat veel mensen hem kwamen zeggen dat die boeken een openbaring voor hen waren, ook al hadden ze gedacht goed op de hoogte te zijn van Rembrandt en de zeventiende eeuwse kunst. Net als ik zelf.
Nu een sprong terug naar die zeventiende, die Gouden Eeuw.

Een kunstschat uit de Gouden Eeuw
Al in de zestiende maar vooral in de De Gouden Eeuw van de Hollandse schilderkunst ontstond een bijzonder realisme. Meerdere schilders ontwikkelden daarover ideeën. Ze benadrukten het belang van imitatie en waarneming. Natuurlijk baseerden ze zich ook op klassieke elementen, zoals perspectief of anatomie.

Karel-van-Mander-Het-Schilder-Boeck

Karel van Mander, Het Schilder-Boeck, 1604

De schilder-schrijver Karel van Mander beschreef in zijn Het Schilder-Boeck een enorme hoeveelheid natuurverschijnselen. 3)

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Samuel van Hoogstraeten: Art Theory Dutch Golgen Age

Een ander belangrijk handboek was van een vroegere leerling van Rembrandt, Samuel van Hoogstraeten: Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. 4)
Die boeken behoorden tot de bagage van elke zichzelf respecterende schilder.
Hierover kun je dus uitgebreid lezen in Rembrandt. The Painter at Work en Rembrandt. The Painter Thinking en andere publicaties van Ernst van de Wetering. Deze uiterst boeiende lectuur, zeker ook voor hedendaagse realisten, stimuleert bewustwording van vele aspecten van kijken en weergeven.

Essentieel was het creëren ruimtelijkheid, om een illusie van werkelijkheid te bereiken.

Rembrandt, details Nightwatch

Rembrandt, details Nightwatch

Naast perspectief was de ‘perceptibility’, 'kenlijkheit', van belang. Wie zou bedenken dat als je lichtblauw papier tegen de lucht van eenzelfde lichtblauw houdt, je tóch ziet dat het papiertje dichter bij is door het relatief ruwere materiaal. Toepassing van deze vinding– kenlijkheyt - zou bijdragen aan de drie dimensionaliteit. 5) Dat schilders daarover nadachten! Ook de gedachte dat lucht dikte heeft, en dat er ter wille van ruimtelijkheid lucht om elk object heen gesuggereerd moet is verbazend.

Rembrandt-Anatomy Lesson

Rembrandt, detail The Anatomy Lesson of Dr. Nicolaes Tulp

Van de Wetering: “The young Rembrandt had already applied this insight with great subtlety in the ‘Anatomy Lesson of Dr Nicolaes Tulp”. He argues:

“It is only when one consciously takes notice of these extremely refined modulations of light and tone from one head and collar to the other, from front to back, that it becomes clear that this is one of the main reasons for the strikingly atmospheric effect of Rembrandt’s paintings." 6)

Meer van deze inzichten om ruimtelijkheid te creëren zijn aangewend in de fenomenale Nachtwacht. Je ziet het als je gaat vergelijken met andere schutterstukken die er vlak bij hangen in het Rijksmuseum.

Vermeer-Art-Painting

Vermeer, The Art of Painting

Dan was er een verhandeling over de schakeringen van schaduwen en welke pigmenten daarvoor gebruikt moesten worden. Of de theorie van de getalsmatige afname van invallend licht in een kamer. 7) Vermoedelijk was deze theorie ook Vermeer niet vreemd, getuige het kamerlicht in zijn werken. Hij schiep een weldadige combinatie van ruimtelijkheid en intimiteit.
Deze voorbeelden tonen het uitzonderlijke kennisniveau onder de schilders van die periode. Niet dat we deze theorieën moeten kopiëren, maar we kunnen ervan leren, en zelfs onze kunst er mee verbeteren.

Realisme, banaal, vulgair
Een andere schrijver over deze periode is Boudewijn Bakker. Hij vertelt dat het vergaande realisme van Holland kritiek uitlokte van de Italianen: imitatie, ja, maar waar bleef de verbeelding?

Hals-Laughing-Boy

Hals, Laughing Boy

Kunst moest immers de werkelijkheid op een hoger plan brengen, volmaakte schoonheid creëren, idealiseren. De Hollandse onderwerpen vond men banaal, vulgair.

Hoe men nog tot in de 18de eeuw over dit Hollandse realisme dacht toont de spotprent van Thomas Rowlandson, Een Nederlandse Academie.

Rowlandson, Dutch Academy

Rowlandson, Dutch Academy

Volgens de klassieke theorie moesten leerlingen antieke beelden natekenen, vanwege de volmaakte proporties. Samuel van Hoogstraten, die later tot een meer classicistische stijl overging, klaagde dat Rembrandt zulke lelijke modellen in zijn atelier haalde.

‘Zeker, ik beklaag my, wanneer ik mijn oude Academieteykeningen overzie, dat men ons daervan in onze jonkheyd zoo spaerich heeft onderrecht; daer het niet meer arbeyt is een graesselijk postuur, dan een onaangenaam en walgelijk na te volgen.’ 8)

Rembrandt ging inderdaad heel ver… In een van zijn zelfportretten ontdekte ik een puistje op zijn linker wang. Hij had kennelijk plezier in het schilderen van deze ‘waarheid’.

Rembrandt-Self-Portrait-1659

Rembrandt Self Portrait, 1659, detail

Ik vertelde het aan mijn geliefde leraar Diederik Kraaijpoel, toen we het eens over realisme, stijl en kunst hadden. ‘Zonder stijl geen kunst’, zo had hij in een van zijn boeken geschreven; logisch, de werkelijkheid zelf heeft geen stijl. Dus, zulk vergaand realisme, vroeg ik, met een puistje zo werkelijkheidsgetrouw, zou dat niet buiten stijl vallen? Hoe dan ook, hij kon niet geloven dat Rembrandt dat puistje geschilderd had. En over zeer natuurgetrouw realisme zei hij: dit kan nooit een kopie zijn, de kunstenaar selecteert altijd uit de werkelijheid.

Antwoord: een ‘vond’
Karel van Mander beantwoordde de Italiaanse kritiek met: “In ’t leven vindtment al”, een beter leerboek is er niet. Het leven biedt alles wat de schilder nodig heeft. In het ‘boek der natuur’ wordt de zichtbare schepping beschouwd als een tweede of zelfs eerste ‘boek’ van de goddelijke openbaring, naast de Heilige Schrift.

Intensive-Looking

Intensive Looking

Inventio, Verbeelding, kun je ook zien als ‘een vond’, iets dat na lang en scherp kijken in de natuur is gevonden. Intensief kijken is de toegang tot schoonheid. Schoonheid is besloten in de werkelijkheid. God heeft die werkelijkheid immers geschapen. 9)
De schilder moest zo spoedig mogelijk naar de werkelijkheid gaan werken.
En over stijl, maniera? Hij adviseerde: geen bedenksels, “gaat van de vercieringhe totter waerheyt!” Bedenksels zouden de illusie van de werkelijkheid kunnen aantasten. De schilder moest niet stileren of idealiseren, maar karakteriseren. 10)

Rembrandt-Girl-Pictureframe

Rembrandt, Girl in a Pictureframe

Voor Rembrandt was “de waerheyt” het leven, dat in zijn ‘meest natuurlijke beweeglijkheid’ gevangen moest worden. Van de Wetering merkt op dat het schilderij Jonge vrouw in een schilderijlijst de indruk wekt dat de vrouw juist haar hand op de lijst gaat leggen, zelfs de oorbel lijkt te bewegen, leven is betrapt. 11)

De Hollanders weken dus af van de heersende kunsttheorie. ‘Net echt’ kreeg hoge waardering. Maar ‘Inventio’ was wel degelijk aanwezig. Schoonheid in de werkelijkheid, intensief gezien door de kunstenaar, werd overgebracht in het kunstwerk.
Het was of ik thuis kwam. Zo had ik het altijd gevoeld.

In de komende blog: deel 4, het laatste deel.

Noten
3) Mander, Karel van. Het Schilder-Boeck. Haarlem,1604.
4) Hoogstraten, Samuel van. Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt. Davaco Publishers, s.l., 1969.
5) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter at Work. Amsterdam, 2000. p. 183.
6) Id., p.187.
7) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.156-7.
8) Emmens, ) J.A.. Rembrandt en de regels van de kunst. Amsterdam, 1979. p.220.
9) Bakker, Boudewijn. “Natuur of kunst? Rembrandts esthetica en de Nederlandse traditie.” In: Christiaan Vogelaar e.a., Rembrandts landschappen. Zwolle, 2006. p.163.
10) Id., p.167, 166.
11) Wetering, Ernst van de. Rembrandt. The Painter Thinking. Amsterdam, 2016. p.263.

En:
Galería Artelibre, site en ‘twenty years, in 20x20’.
Kunstkaarten, kalender en agenda van Kunst Uitgeverij Bekking&Blitz


Ets van Dürer

Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a Woman.jpg

Vooraf

In mei 2018 gaf ik een lezing, Imitation and Imagination, voor TRAC2018 (The Representational Art Conference) in Nederland, samen met Ernst van de Wetering, internationaal Rembrandt expert. Zijn bijdrage ging over Rembrandt en het onderscheiden van kwaliteit in de kunst. Hij vergeleek werken van Rembrandt met die van leerlingen. Zijn lezing was gebaseerd op:

A  CORPUS  OF  REMBRANDT  PAINTINGS  Volume  V  Chapter  IV  met de titel:  On  quality:  Comparative  remarks  on  the  function  of  Rembrandt’s  pictorial  mind  (pp.  283  –  310).  Freely  accessible  in  The  Rembrandt Database:

http://rembrandtdatabase.org/literature/corpus?tmpl=pdf&pdf=/images/corpus/CorpusRembrandt_5.pdf

 

Rembrandt, Abraham's sacrifice and Unknown, Abraham's sacrifice

Rembrandt, Abraham's sacrifice and
Unknown, Abraham's sacrifice

Mijn lezing betrof natuurgetrouw realisme, het spanningsveld tussen imitatie en verbeelding in de klassieke kunst, ook in zijn hedendaagse variant.
Naturalisme is een van de vele uitingen van realisme, eentje met een hoge graad van imitatie.
Een commentaar in facebook (28-10-2014) op een zeer realistisch schilderij spreekt boekdelen:

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

‘Ik kan niet begrijpen waarom een kunstenaar zo hard zou werken om een schilderij als dit te maken dat zoveel op een foto lijkt. Daar zijn camera’s voor. Ik zie hier de bedrevenheid van de kunstenaar, maar niet de ziel.’

Dit soort opinies hoor je vaak. Want zeg zelf: verdringt naturalisme niet de verbeelding? Exact! Geen ziel, geen artistieke creativteit! En daarover gaat deze discussie.
Ik ga de mening bestrijden dat verbeelding in het naturalisme ontbreekt.

 

Deel 1 van de lezing staat in mijn blog van augustus 2017 (zie Archief).
Deel 2 van Imitatie en Verbeelding volgt nu.

Kritische vragen
Bovengenoemde kritiek raakte toch aan mijn twijfels over eigen werk. Allerlei vragen lieten me jarenlang niet los:
● Is naturalistische kunst eigenlijk hetzelfde als kopiëren?
● Is het een lagere kunstvorm? Saai?
● Veel mensen houden van dit soort werk, maar dat betekent niet dat het relevante kunst is.
● Voegt het iets toe? Tenslotte is de echte wereld er al. Daar moet je iets mee doen, aan toevoegen.
● Moet je je persoonlijke gevoelens niet in je kunst leggen?

 

drawing I don't know any more

I don't know any more, pencil-eraser-paper

Goede kunst, wie beoordeelt dat?
Het hedendaagse realisme in Nederland bloeit nu al zo’n dertig jaar. Dat is heel bijzonder in Europa. Toch wordt doorgaans deze kunst nog steeds door de officiële kunstinstellingen en media genegeerd, of erger, verworpen. Na dertig jaar is dat heel vreemd. Een cultuurschat wordt zo aan het grotere publiek onthouden.

Februari dit jaar nog schreef Joyce Roodnat in de NRC over exposanten in Museum More, waaraan ook Henk Helmantel deelnam:

“Dick Ket lijkt een realist, maar eigenlijk valt hij bij de andere drie uit de toon, met zijn ostentatieve nieuwsgierigheid naar de abstracte kracht van kleuren en composities. Mankes en Verster attaqueren hun onderwerp eigengereid en in spagaat: ze verbeelden het steevast teder en heftig tegelijk. Henk Helmantel is daarentegen een zakelijke realist. Precisie is leidraad, gevoel wil hij er niet bij hebben. Dat houdt hij voor zichzelf.
Vergelijk deze vier kopstukken en je ziet dat het realisme gevaarlijk is. Virtuositeit is geboden. Maar ‘net een foto’ is géén compliment. ‘Net echt’ nog minder. De realistische kunstenaar moet bereid zijn zich bloot te geven, anders wordt zijn schilderij een plaatje.”1)

Henk Helmantel. Stillife with Cheese and Eggs

Henk Helmantel. Stillife with Cheese and Eggs, oil on panel, 1987, Collection Museum MORE. Photo Art Revisited.

Ik heb niets tegen persoonlijke gevoelens in de kunst. Het is een romantisch concept en er zijn prachtige romantische kunstwerken gemaakt. Maar er lijkt een consensus te bestaan dat persoonlijkheid, gevoelens van de kunstenaar altijd boven alles gaan, terwijl andere benaderingen uitgesloten worden of verworpen. Terwijl Helmantel zich richt op pure schoonheid, of in zijn eigen woorden, het hemelse.
Hoewel niet helemaal hetzelfde, doet het me denken aan Giorgio Vasari die erop wees dat naast imitatie en inventie goede kunst ook stijl en maniera moest bezitten, een persoonlijke artistieke elegante stijl.2) Het is waar: een eigen stijl voegt iets toe aan de kunst.

Goed, je zou kunnen zeggen dat mijn ontwikkeling tot nu toe precies de verkeerde kant op is gegaan. Zo’n twintig jaar geleden schilderde ik De schilderes en haar model, zie de afbeelding links. Rechts een recenter werk: Daphne. Het is gegaan van een losse toets, vrije kleuren en vrije verbeelding naar naturalisme. En naturalisme is minder gericht op stijl en handschrift.

Van de Riet, Drawing Model and Daphne

Gezien van de Riet. Left: Drawing her model, acryl/oil on linnen, 1996, and right: Daphne, oil on canvas, 2016

Ja, in mijn beginjaren experimenteerde ik veel en was mijn handschrift doorgaans zeer persoonlijk en spontaan. Werken van die periode zullen nooit versleten worden voor kopieën of foto’s. Waarom had ik in ’s hemels naam gekozen voor een meer natuurgetrouwe schildertrant? Dat heeft de zaken alleen maar gecompliceerd!
Het gekke was: ik kon er niks aan doen. Meer en meer wilde ik de schoonheid die ik zag vieren, die moest ik mij eigen maken.

De Oude Grieken
Zou het zo kunnen zijn dat de geschiedenis van de kunst al eerder discussies had meegemaakt over deze kwestie? Ik begon een zoektocht.
De Oude Grieken hadden grote waardering voor het naturalistische detail. Vogels moesten geschilderde druiven als echt zien en er op pikken. Een anekdote over Apelles illustreert duidelijk hun bewondering voor nabootsing. Het paard dat hij schilderde was zo levensecht, dat het paard van Alexander de Grote spontaan gehinnikt zou hebben toen hij het zag.

De Grieken hadden duidelijke opvattingen over verbeelding. De kunstenaar moest de platonische Idee voor ogen hebben, de volmaakte vorm, de bovennatuurlijke schoonheid van het object dat hij wilde weergeven. Dat kwam niet zomaar tot stand, want modellen waren slechts gewone stervelingen. Zelfs het mooiste menselijke lichaam kon dikke enkels hebben. Nou, in dat geval moest je de enkels van iemand anders nemen! Door zo te idealiseren zou de kunstenaar de pure nabootsing overstijgen.
Dus daar hebben we het: Imitatie en Verbeelding...

Aphrodite and Alexander as Hunter.jpg

After Praxiteles. Aphrodite, and After Lysippus. Alexander as hunter, both 4th century BC

Maar plotseling sprong ik overeind. Ik las over de beeldhouwer Lysippus, die werkte aan het hof van Alexander. Hij wilde overbrengen wat hij zag op een naturalistische manier! Niet door de bestaande, door de oude meesters ontwikkelde regels na te volgen over de volmaakte schoonheid, maar door zijn eigen waarneming. We weten weinig met zekerheid over Lysippus. Maar het aan hem toegeschreven beeld, Alexander de jager, toont zonneklaar een naturalistisch realisme. Nog altijd genieten ontelbare mensen er van.
Ik was blij met deze Lysippus.

1) Roodnat, Joyce. “Met drift geschilderde ‘kleine onderwerpen’ “. NRC, 2018-02-28.
2) Vasari, Giorgio. Lives of the Artists. Volume 1. Introduction by George Bull. London, 1987. p. 19-20.
Imitatie en Verbeelding gaat verder in de volgende blogs.


Galería Artelibre, ‘twenty years, in 20x20’

Galería Artelibre nodigde me uit om aan diens virtuele galerie deel te nemen, in de categorie ‘Grandes Autores’. Deze Spaanse galerie heeft kunstenaars op de site als Anders Zorn, Natalie Holland, David Kassan.

Galería Artelibre Artistas del mes

De galerie timmert al twintig jaar aan de weg voor realisme, op internationaal niveau. Dat steelt mijn hart! Om het twintigjarig bestaan te vieren komt er een expositie ‘Twenty years, in 20x20’, - alle werken van 20x20cm -, die verschillende steden in Spanje aandoet, waaronder Barcelona, in het MEAM, Museo Europeo de Arte Moderno. Mijn werk doet ook mee!

Link: http://artelibre.net/autor/27050


Kunstkaarten, kalender en agenda

Kunst uitgever Bekking&Blitz heeft agenda’s en kalenders voor 2019 uitgebracht. Mijn werk staat er ook in, tussen kunstenaars als Sorolla, Sargent, Kenne Grégoire.

Kunst weekalender en aganda's Bekking&Blitz

Kunst weekalender en aganda's Bekking&Blitz

In Brugge ontdekte ik een kunstkaart van mijn werk in het Groeningemuseum; ik mocht het niet fotograferen, maar toen ik het toch deed, draaide de beambte zijn hoofd even de andere kant op. Sympathiek!
In het Drents Museum zag ik ook een kunstkaart van mij, plus mijn boek. Stimulerend!

Het zijn de kleine dingen die het doen. Koopt u eens zo’n agenda, kalender, of kaart? Dan doet u mij een groot plezier! Het helpt de zo nodige naamsbekendheid.

Groeninge en Drents Museum cards and book Gezien van de Riet

Groeninge en Drents Museum cards and book

And:
Galería Artelibre, site and ‘twenty years, in 20x20’.
Kunstkaarten, kalender en agenda van Kunst Uitgeverij Bekking&Blitz


Dürer, A Draftsman Making a Perspective Drawing of a WomanIn May 2018 I gave a lecture, Imitation and Imagination, at TRAC2018 (The Representational Art Conference) in The Netherlands, together with Ernst van de Wetering, the world’s foremost authority on Rembrandt. His contribution was about Rembrandt and assessing quality. He compared works of Rembrandt with works of his pupils. His lecture  was  based  on:

A  CORPUS  OF  REMBRANDT  PAINTINGS  Volume  V  Chapter  IV  with  the  title:  On  quality:  Comparative  remarks  on  the  function  of  Rembrandt’s  pictorial  mind  (pp.  283  –  310).  Freely  accessible  in  The  Rembrandt  Database:

http://rembrandtdatabase.org/literature/corpus?tmpl=pdf&pdf=/images/corpus/CorpusRembrandt_5.pdf

Rembrandt, Abraham's sacrifice and Unknown, Abraham's sacrifice

Rembrandt, Abraham's sacrifice and
Unknown, Abraham's sacrifice

My lecture was on naturalistic realism, the area of tension between imitation and imagination in the classical art, including the contemporary variant.
Naturalism is one of many expressions of representational art, one with a very high degree of imitation.
See for example a comment with regard to a pretty realistic painting, on facebook (28-10-2014):

Huysman. Street in Utrecht i

Gerard Huysman. Utrecht, street in backlight, oil on panel, 2013

“I can’t understand why an artist would work so hard to make a painting like this that is so much like a photo. That’s what cameras are for. I can see the artist’s skill, but not the soul.”

 

This prejudice is often heard. Because really: isn’t imitation getting in the way of imagination? Exactly! No soul, no artistic creativity. And that’s what this discussion is all about.
I will contest the opinion that naturalism lacks imagination.

Part 1 of the lecture is in my earlier blog (see archive, august 2017).
Part 2 of Imitation and Imagination is following now.

However, the criticism does fit in with my doubts about my own work. For years I was haunted by questions:
● Is naturalistic realism actually the same as copying?
● Is it a lower form of art? Boring?
● A lot of people enjoy this kind of work, but that doesn’t mean it is relevant art.
● Does it add something? After all, reality, the real world, is already there. You should do something to it, with it.
● Shouldn’t you put your personal feelings into your art?

drawing I don't know any more

I don't know any more, pencil-eraser-paper

Good art, who judges?
Contemporary realism in the Netherlands has been flourishing for about thirty years now. This is exceptional in Europe. Nevertheless the official art institutions and the media mostly neglect its existence. After thirty years this is strange. The wider public is deprived of a cultural treasure.
Recently a journalist wrote in a prestigious Dutch newspaper that realism can be dangerous, in the context of great skill. Yes, virtuosity is a must, she writes, but the comment ‘It looks like a photo’ is not a compliment. ‘It looks like the real thing’ even less. The artist has to expose himself, otherwise his painting will be only an illustration, not more than a picture. She mentions Henk Helmantel, who said not to be in search for expressing his personal feelings.1 In her interpretation he is doomed to produce mere illustrations, far from high art.

Henk Helmantel. Stillife with Cheese and Eggs

Henk Helmantel. Stillife with Cheese and Eggs, oil on panel, 1987, Collection Museum MORE. Photo Art Revisited.

Nothing against personal feelings in art. It is a romantic concept and we have seen great romantic art. But there seems to be a consensus that the personality, the feelings of the artist are primordial, while other approaches are excluded or rejected.
Although it’s not quite the same, this reminds me of Giorgio Vasari who pointed out that besides imitation and invention, good art should possess style and maniera, a personal artistic elegant style.2 True, a style of one’s own will add something to the art.

Well, you could say that my development until now just seems to have taken the wrong direction. Some twenty years ago I made The painter and her model, see the picture on the left. On the right a recent work: Daphne. It went from a loose touch, free colors and free imagination to naturalism.
And naturalism is less focussed on style and handwriting.

Van de Riet, Drawing Model and Daphne

Gezien van de Riet. Left: Drawing her model, acryl/oil on linnen, 1996, and right: Daphne, oil on canvas, 2016

Yes, in my beginner’s years I experimented a lot and I often had a personal spontaneous handwriting. The works of that period will never be dubbed copies or photos. Why on earth did I choose a more naturalistic way of painting? It only complicated things!
The crazy thing was: I couldn’t help myself. More and more I wanted to celebrate the beauty I had seen, to make it my own.

Ancient Greeks
Could it be that the history of art had witnessed earlier discussions about this question? I started on a search.
The Ancient Greeks had a great appreciation of the naturalistic detail. Birds should see painted grapes as real and try to pick them. An anecdote about Apelles clearly illustrates their admiration for imitation. The horse he painted was so life-like, that it is said that the horse of Alexander the Great started whinnying spontaneously on seeing it.

The Greeks had clear views on imagination. The artist should have in mind the Platonic Idea, the perfect form, the supernatural beauty of the object he wanted to portray. This did not come about automatically, because models were only ordinary mortals. Even the most beautiful human body could have fat ankles. Well, in that case you would take somebody else’s ankles!
Idealizing thus, the artist would transcend pure imitation.
So there we have it: Imitation and Imagination...

Aphrodite and Alexander as Hunter.jpg

After Praxiteles. Aphrodite, and After Lysippus. Alexander as hunter, both 4th century BC

But suddenly I jumped up. I read about the sculptor Lysippus, who worked at Alexander’s court. He wanted to convey what he saw in a naturalistic manner! Not following the current rules for perfect beauty, developed by the old masters, but his own observation.
We don’t know much for sure about Lysippus. But the sculpture attributed to him, Alexander the hunter, clearly shows a naturalistic realism. Whoever made it, this artist was capable of far-reaching imitation.
I was happy about this Lysippus.

1) Roodnat, Joyce. “Met drift geschilderde ‘kleine onderwerpen’ “. NRC, 2018-02-28.
2) Vasari, Giorgio. Lives of the Artists. Volume 1. Introduction by George Bull. London, 1987. p. 19-20.
Imitation and Imagination will continue in the coming blogs.


Galería Artelibre ’20 years, in 20x20’

Galería Artelibre invited me to participate in its virtual gallery, in the category of Grandes Autores. This Spanish gallery has artists on its site like Anders Zorn, Natalie Holland, David Kassan.

Artelibre-artistas-del-mes

It is promoting realism internationally, already for twenty years, and that is heart-warming, I think! A special exhibition will celebrate their twenty years anniversary, “20 years, in 20x20” (all works will be 20x20cm). It will travel through Spain, and also visit MEAM, Museo Europeo de Arte Moderno, in Barcelona. My work will be part of it!

Link: http://artelibre.net/autor/27050


 

Calendar, diary, cards

Art editor Bekking&Blitz has published art diaries and calendars for 2019. A work of mine figures between artists like Sorolla, Sargent, Kenne Grégoire.

Kunst weekalender en aganda's Bekking&Blitz

Kunst weekalender en aganda's Bekking&Blitz

In Brugues I saw an art card of my work in the Groeningemuseum, but it was forbidden to take a photo of it. I explained that it was a work of mine, but no way. Still, I disobeyed and the officer kindly pretended not to see it.

Groeninge en Drents Museum cards and book Gezien van de Riet

Groeninge en Drents Museum cards and book

In the Drents Museum of Assen there was another art card, and my book. Stimulating! This helps the brand awareness. It’s the small things that count!

Translation NL-EN: Jeroen Strengers

linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram